zaterdag 26 augustus 2017

De boer moet voorbij zijn eigen erf kijken

In Noord-Brabant leven 35 miljoen dieren, verspreid over zo’n 5000 bedrijven. Het bestuur van Noord-Brabant wil het mes gaan zetten in de intensieve veehouderij. De provincie beantwoordt daarmee precies aan het beeld dat het Planbureau voor de Leefomgeving vorig jaar schetste van de gehele landbouwsector in Nederland: “Door de schaalgrootte en de nadruk op de wereldwijde export is er sprake van een onevenredig grote druk op het binnenlands milieu”.


Leefbaar

In gewone mensentaal: het leefmilieu wordt om zeep geholpen door de agrarische sector, in Brabant vooral door varkens- en kippenhouders. De stank, de overlast van fijnstof, het mestprobleem - ze schreeuwen om een oplossing om het platteland leefbaar te maken, de gezondheid van omwonenden te beschermen en de water- en natuurkwaliteit te waarborgen.

Moord en brand

Nu het provinciebestuur eindelijk in actie lijkt te komen - eindelijk, want de problemen met de intensieve veehouderij in deze provincie zijn structureel - is het zaak om de rug recht te houden. De invloedrijke boerenbelangenorgansatie ZLTO bijvoorbeeld schreeuwt moord en brand over wat zij ziet als ‘desastreuze’ en ‘buitensporige’ maatregelen.


Rechter

ZLTO dreigt met de rechter. Ze spreekt van een sanering, eist meer tijd om de boeren te laten omschakelen en benadrukt dat de Brabantse veehouders toch al zo goed bezig zijn. Het is lastig als boerenleiders zo nadrukkelijk met de rug naar de toekomst staan.

Boerenbelang

Het boerenbelang strekt verder dan het eigen erf. Al in 2001 publiceerde een brede commissie onder leiding van oud-Rabobank-baas Herman Wijffels een rapport met als centrale boodschap dat de landbouw groener en duurzamer moet worden. Sindsdien is de stapel studies met een soortgelijke strekking enorm gegroeid. ZLTO staat op de rem, waar nu juist leiderschap, visie en durf nodig zijn.
Gelukkig legt het provinciebestuur dat wel aan de dag.

Bron: Trouw opinie; 19 juni 2017