zaterdag 19 augustus 2017

De bio-industrie moet aan banden

Zolang het goed gaat laat men de teugels graag vieren, maar zodra er schandalen aan het licht komen zwelt de roep om strenger optreden onmiddellijk aan. 


NVWA

Zo ging het bij de financiële crisis, zo ging het bij ‘dieselgate’ en zo gaat het nu opnieuw bij het gifeierenschandaal. In dit geval is het de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (nvwa) die het moet ontgelden. Opmerkelijk genoeg wordt de toezichthouder zowel beticht van laksheid (de eerste tip over het gebruik van het giftige pesticide kwam eind 2016 binnen, waarom nu pas maatregelen?) als van paniekzaaierij (zo’n minuscule dosis fipronil in je omelet kan helemaal geen kwaad, nergens voor nodig die hysterie).

Geen risico

Om met dat laatste te beginnen: de volksgezondheid liep inderdaad geen acuut gevaar. Ook iemand die de afgelopen maanden vier besmette eieren per dag at, raakte niet vergiftigd. Maar zelfs met die geruststellende wetenschap is de ophef begrijpelijk. Met chemische stoffen als fipronil nemen we liever geen risico’s. Omdat we niet weten wat de schadelijke effecten op de langere termijn zijn, zijn de veiligheidsdrempels bewust aan de hoge kant. Als producten die drempel overschrijden, horen ze niet thuis in de schappen. Daar moet de burger op kunnen vertrouwen.

Eierrel

Als dat vertrouwen wordt geschaad, blijkt hoe kwetsbaar je bent als consument. De meeste supermarktbezoekers laten zich leiden door de prijs in plaats van ‘Beter Leven’-sterren en kopen eieren die afkomstig zijn van industriële pluimveehouders, waar meer dan honderdduizend kippen in een megastal zitten opgehokt. Kippen die nu massaal geruimd worden, omdat een malafide luizenbestrijder met bestrijdingsmiddelen heeft gesjoemeld.


Commerciële belangen

De recente eierrel gaat dan ook niet zozeer over de angst om ziek te worden, als wel over de woede belazerd te worden.

Het is een herinnering dat we in allerlei opzichten afhankelijk zijn van grote, ondoorzichtige concerns wier commerciële drijfveren op gespannen voet kunnen staan met het algemene belang. 

Fraude en dierenleed

Daarom hebben we toezichthouders, om te voorkomen dat winstbejag ten koste gaat van fatsoenlijke bedrijfsvoering. Natuurlijk is dat nooit een waterdichte garantie, maar in de Nederlandse vleesindustrie zijn fraude en dierenleed schering en inslag. Mishandelde varkens, salmonella-uitbraken, Q-koorts bij geiten, paardenvlees in Ikea-gehakballetjes. Meer dan eens concludeerde de Algemene Rekenkamer dat het toezicht tekortschiet. In 2013 erkende de NVvA zelf ook dat er ‘groot gebrek is aan concernbreed, uniform toezicht en handhaving’.


Afslanken

De toezichthouder kon met minder menskracht toe, omdat de sector zichzelf wel kon reguleren, was de gedachte. Veelzeggend is dat de voorloper van de NVvA tijdens het kabinet-Balkenende II verhuisde van het ministerie van Volksgezondheid naar Landbouw (inmiddels Economische Zaken).

Structurele problemen

De lange lijst met misstanden roept vooral vragen op over de bedrijfstak als geheel. Dit zijn geen incidenten, maar symptomen van structurele problemen in de bio-industrie. Het is gemakkelijk om bij iedere affaire met de beschuldigende vinger naar de falende toezichthouder te wijzen, maar het leidt de aandacht af van de abominabele manier waarop de industriële veehouderij met dieren omgaat.

Daadkrachtiger toezicht is geboden, zeker, maar misschien wordt het ook tijd om de bio-industrie aan banden te leggen. 


Bron: De Groene Amsterdammer; 16 augustus 2017

Enquête

Stand.nl legde op 17 augustus 2017 de volgende stelling voor aan lezers: “We moeten af van de megastallen.” Reactie: “87% eens met de stelling, 13% oneens.” Interessant: van de mannen stemde 78% voor, van de vrouwen 93%! Leeftijd heeft vrijwel geen invloed. Naar politieke overtuiging werd niet gevraagd.

Laat de formerende mannen in Den Haag luisteren naar de Nederlanders.