vrijdag 30 juni 2017

Welke boeren horen bij Brabant?

Brabantse veehouders moeten snel minder vieze lucht uitstoten. Dat gaat ze geld kosten. Wil de provincie ons nog wel hebben, vragen ze zich af. “Dat doet pijn.” Brabant gaat strenger worden voor zijn veehouders. De provincie is al jaren bezig om de luchtvervuiling terug te dringen. Dus wordt er ook gekeken naar de agrarische sector, omdat bedrijven waar bijvoorbeeld varkens en koeien worden gehouden veel ammoniak uitstoten.


Stikstof

Aanvankelijk zouden de strengere eisen in 2028 van kracht zijn, maar in een voorstel dat op 7 juli in Provinciale Staten wordt behandeld gaan ze al in 2022 in. Gevolg van een keiharde afspraak, zegt gedeputeerde Johan van den Hout. Er daalt nu te veel stikstof neer op natuurgebieden – afkomstig uit ammoniak – en dat is slecht. Veel te vroeg, zeggen Brabantse boeren, want er is financieel niet op gerekend.

Boeren horen bij Brabant

Enkele Brabantse boeren hebben zich inmiddels als protest verenigd onder de leus: 'Boeren horen bij Brabant'. Volgens cultuurhistoricus en Brabant-kenner Gerard Rooijakkers past die leus in de geschiedenis. “Van oudsher zijn de bewoners van het platteland de Brabanders die geacht werden de morele waarden hoog in het vaandel te hebben staan. De stedelingen werden gezien als de massa, als het ontaarde plebs, terwijl de boeren de gelovige Brabanders waren, die elkaar als buren bijvoorbeeld hielpen. Het Brabantse volk, dat waren de katholieke boeren.”

Enorme bedrijven

Maar Rooijakkers ziet dat de laatste jaren veranderen. “Het is ironisch, maar boeren kunnen nu de ondergang van Brabant worden. Ze zijn ten onder gegaan aan hun eigen succes. De keuterboertjes van toen zijn nu enorme bedrijven, die de provincie vervuilen. Sinds de uitbraak van de Q-koorts leeft dat gevoel ook onder veel Brabanders. Ik zie dat de status van de boeren in Brabant aan het afnemen is.”


De Boer: Hanneke van den Corput (31), varkensboer

“Ik ben een boerendochter. Mijn vader is een boerenzoon. En ook mijn overgrootvader had op deze plek in Vught een boerderij. Brabant bestaat voor een groot deel uit boeren, dat vormt het karakter van de provincie. Daardoor zijn de buitengebieden levendig. “Het voorstel waarin de strengere eisen al in 2022 doorgaan, betekent dat we in 2021 drie van onze oudere stallen moeten gaan voorzien van nieuwe luchtwassers. Dat kost ons 210.000 euro. Terwijl we er op hadden gerekend dat dit pas in 2028 nodig zou zijn.”


De benadeelde: Cornelis Versteden (70), gepensioneerd

“Die stank, en ook de lucht waarin je nauwelijks kunt ademen, ik kan er niet tegen.” “Kijk, om me heen zitten verschillende varkensboeren. Dat zijn duizenden varkens. Daar komt ontzettend veel stank vanaf. Als het zonnetje schijnt en het windstil is, dan ga ik niet buiten zitten. Die stank, en ook de lucht waarin je nauwelijks kunt ademen, ik kan er niet tegen. “Ik vind dat boeren bij Brabant horen, ik ben zelf ook jaren boer geweest, maar de manier waarop het nu gaat is te omvangrijk, te intensief. Er zijn nu gewoon te veel dieren. Die enorme boerenbedrijven passen niet in de kruidentuin die Nederland is.”

De boerenorganisatie: Hans Huijbers , voorzitter ZLTO

“De Brabantse veestapel zal niet krimpen en grootschalige veehouderij krijgt ruim baan. Als dit voorstel van kracht wordt, dan zullen we naar de rechter stappen. Want ons wordt de koers op deze manier onmogelijk gemaakt. Dit is desastreus voor honderden boeren in Brabant.” “Boeren horen gewoon bij Brabant, zo is de provincie groot geworden. Er is weinig industrie in grote delen van Brabant, de ontwikkeling is gekomen door de landbouw.

De gedeputeerde: Johan van den Hout

”Ik snap niet waarom sommige boeren nu doen alsof dit als een verrassing komt. En het is ook echt onzin dat er heel veel boerenbedrijven failliet zouden gaan. Er zullen, mede door deze maatregelen, tot 2022 zo’n zes- tot zevenhonderd bedrijven niet meer door kunnen gaan met hun bedrijfsvoering. Maar we hebben in Brabant meer dan 10.000 landbouwbedrijven. “De veehouderij is wel de grootste vervuiler. Dus daar moeten we onze maatregelen op richten.”

Bron: NRC.nl; 26 juni 2017