donderdag 11 mei 2017

Vee-industrie

In de onderhandelingen over een nieuwe regering speelt het klimaat een belangrijke rol. De vee-industrie is een grote veroorzaker van broeikasgassen. Ook in de aanloop naar de verkiezingen voor gemeenteraden in 2018 staat de bio-industrie op veel plaatsen centraal. Zeker in zuidoost Brabant en het noorden van Limburg. In deze gebieden zullen alle verkiezingsprogramma’s van alle politieke partijen stellingen bevatten over de toekomst van de bio-industrie. 


Verleden

Na de Tweede Wereldoorlog komt intensieve veehouderij in Nederland van de grond. Met de stijgende lonen stijgt de vraag naar vlees. Om aan de vraag te kunnen voldoen, moeten boeren intensiveren en moderniseren. De Nederlandse overheid stimuleert boeren om hun veelal verouderde bedrijven te moderniseren. Schaalvergroting wordt daarbij als noodzakelijk gezien.

Mansholt

Landbouwminister Sicco Mansholt, oud-boer en verzetsstrijder vindt dat boeren ook recht hebben op vakantie en fatsoenlijk loon. Onder zijn leiding worden boeren gestimuleerd om de schaal verder te vergroten en te mechaniseren. Alles draait om efficiëntie. Zo veel mogelijk kippen, varkens en koeien op zo min mogelijk vierkante meters.

Cijfers

In 1950 waren in Nederland 271.000 boerenbedrijven met varkens. In 2015 nog maar 6.000. In 1950 werd 236 miljoen kilo varkensvlees geproduceerd. In 2015 was dat 1456 miljoen kilo.

Weerstand

In de jaren zestig werd de intensivering van de veehouderij in Nederland nog als  positief beschouwd. In 1971 wordt ‘Lekker Dier’ opgericht. Vanuit de tegenbeweging wordt het begrip bio-industrie geboren. Andere organisaties volgen. Dierenbescherming, Wakker Dier, Varkens in Nood. Het verzet is ook gericht tegen supermarkten.

Politiek

In 2002 wordt de Partij voor de Dieren opgericht, als protest tegen het CDA, toen nog de grootste partij onder boeren. In 2006 krijgt de Partij voor de Dieren twee zetels in de Tweede Kamer en is sindsdien vertegenwoordigd in de Nederlandse politiek. Ook andere politieke partijen mengen zich in de discussie rond bio-industrie.


Van bio- naar vee-industrie

‘Vee-industrie’ wordt de nieuwe term voor de intensieve, industriële vorm van dieren houden. De Nederlandse overheid geeft voorkeur aan ‘intensieve veehouderij’. LTO, de agrarische ondernemersorganisatie, protesteert tegen ‘bio‘  en ‘industrieel’.

Geldmachine

De intensieve veehouderij wordt een geldmachine voor Nederland, zowel door de hoeveelheid voedsel die we importeren en exporteren als door de innovaties die de grens over gaan.

Kiloknaller

Voor de consument betekent de intensieve veehouderij veel goedkoop vlees.  Voor een paar euro heb je al een kilo varkensgehakt of kippenpoten. Inmiddels is de kiloknaller op zijn retour.

Het milieu

Om al die kilo’s vlees te produceren moeten er ook kilo’s voer in. Daarvoor is landbouwgrond nodig. Het meeste  Nederlandse veevoer komt uit het buitenland. Voor de teelt van tapioca en soja worden in landen als Brazilië en Thailand bossen gekapt. Nóg een nadeel: al die beesten produceren poep. Nu is er sprake van vergiftiging van de bodem en het grondwater door fosfaat en stikstof.


Gezondheid

Uit een onderzoek van het RIVM blijkt dat de intensieve veehouderij een enorme invloed heeft op de gezondheid. Uit het onderzoek blijkt ondermeer dat omwonenden van veehouderijen meer luchtwegklachten hebben en hun longfunctie afneemt.

Toekomst

De Nederlandse consument ziet steeds meer de nadelen van goedkoop vlees en koopt minder vaak en minder veel vlees. De omzet van biologisch vlees groeit. Wereldwijd neemt de vleesconsumptie nog toe. In Nederland wordt het steeds moeilijker om een bedrijf te runnen in de intensieve veehouderij. De marges zijn klein, de regelgeving streng, de investering in moderne apparatuur groot. Bestaande bedrijven worden opgeslokt door giga ondernemingen. Er komen steeds minder boeren.

Waarschijnlijk heeft de vee-industrie nauwelijks toekomst in dichtbevolkt Nederland.


Bron: NPO focus; 11 april 2017