zaterdag 22 april 2017

Vee-industrie in Nederland

In de onderhandelingen over een nieuwe regering speelt het klimaat een belangrijke rol. De vee-industrie is een grote veroorzaker van broeikasgassen. Ook in de aanloop naar de verkiezingen voor gemeenteraden in 2018 staat de bio-industrie op veel plaatsen centraal. Zeker in zuidoost Brabant en het noorden van Limburg. In deze gebieden zullen alle verkiezingsprogramma’s van alle politieke partijen stellingen bevatten over de toekomst van de bio-industrie. Het volgende artikel is bedoeld als een handreiking aan al die partijen.


Verleden

Na de Tweede Wereldoorlog komt intensieve veehouderij in Nederland van de grond. Met de stijgende lonen stijgt de vraag naar vlees. Om aan de vraag te kunnen voldoen, moeten boeren intensiveren en moderniseren. De Nederlandse overheid stimuleert boeren om hun veelal verouderde bedrijven te moderniseren. Schaalvergroting wordt daarbij als noodzakelijk gezien. Het ministerie van landbouw helpt de boeren. Opeens kan er goed geld verdiend worden met een boerenbedrijf.

Mansholt

Landbouwminister Sicco Mansholt, oud-boer en verzetsstrijder vindt dat boeren ook recht hebben op vakantie en fatsoenlijk loon. Onder zijn leiding worden boeren gestimuleerd om de schaal te vergroten en te mechaniseren. Bij deze nieuwe manier van boeren draait alles om efficiëntie. Zo veel mogelijk kippen, varkens en koeien worden op zo min mogelijk vierkante meters gehouden. Buiten komen ze alleen om naar een ander bedrijf of naar de slachterij te gaan.

Cijfers

In 1950 waren in Nederland 271.000 boerenbedrijven met varkens. In 2015 nog maar 6.000. In 1950 werd 236 miljoen kilo varkensvlees geproduceerd. In 2015 was dat 1456 miljoen kilo varkensvlees. Ook de melk- en pluimveesector groeiden spectaculair.

Weerstand

In de jaren zestig werd de intensivering van de veehouderij in Nederland nog als iets positiefs beschouwd. Dat miljoenen dieren moesten lijden voor zó veel efficiëntie was bij het grote publiek onbekend en geen onderwerp van debat. In 1971 wordt ‘Lekker Dier’ opgericht. Vanuit de tegenbeweging wordt het begrip bio-industrie geboren. Andere organisaties volgen. Dierenbescherming, Wakker Dier, Varkens in Nood. Het verzet is ook gericht tegen supermarkten, zoals de ‘strijd tegen de kiloknaller’ van Wakker Dier.

Politiek

In 2002 wordt de Partij voor de Dieren opgericht, als protest tegen het CDA, toen nog de grootste partij onder boeren. In 2006 krijgt de Partij voor de Dieren twee zetels in de Tweede Kamer en is sindsdien vertegenwoordigd in de Nederlandse politiek. Ook andere politieke partijen mengen zich in de discussie rond bio-industrie.


Van bio- naar vee-industrie

‘Vee-industrie’ wordt de nieuwe term voor de intensieve, industriële vorm van dieren houden. De Nederlandse overheid geeft voorkeur aan ‘intensieve veehouderij’. LTO, de agrarische ondernemersorganisatie, protesteert tegen ‘bio‘  en ‘industrieel’.

Geldmachine

De intensieve veehouderij wordt een geldmachine voor Nederland, zowel door de hoeveelheid voedsel die we exporteren als door de innovaties die de grens over gaan. Nederland heeft in de wereld een voorbeeldfunctie, vinden voorstanders van intensieve bedrijven.

Kiloknaller

Voor de consument betekent de intensieve veehouderij veel en goedkoop vlees.  Voor een paar euro heb je al een kilo varkensgehakt of kippenpoten. Inmiddels is de kiloknaller op zijn retour, onder druk van dierenwelzijnsorganisaties. De consument kan bijvoorbeeld kiezen voor het Beter Leven-keurmerk.

Het milieu

Om al die kilo’s vlees te produceren moeten er ook kilo’s voer in. Daarvoor is landbouwgrond nodig. Het meeste  Nederlandse veevoer komt uit het buitenland. Voor de teelt van tapioca en soja worden in landen als Brazilië en Thailand bossen gekapt. Nóg een nadeel: al die beesten produceren poep. in de afgelopen decennia is er in Nederland zoveel poep de grond ingegaan dat er sprake is van vergiftiging van de bodem en van het grondwater door fosfaat en stikstof. De Verenigde Naties becijferden dat de veeteelt verantwoordelijk is voor 14,5 procent van alle broeikasgassen.

Gezondheid

Het RIVM onderzoekt welke gevolgen de intensieve veehouderij heeft op mensen in de omgeving. Een conclusie is dat de intensieve veehouderij een enorme invloed heeft op de gezondheid. Uit een driejarig onderzoek blijkt ondermeer dat omwonenden van veehouderijen meer luchtwegklachten hebben en hun longfunctie afneemt.


Uitbraken

Of het nu om Q-koorts , varkenspest of vogelgriep gaat, deze ziekten zijn zó besmettelijk door de grote aantallen dicht op elkaar gepakte dieren, dat er geen enkel risico genomen wordt. Bij een uitbraak wordt het vee afgemaakt.
Q-koorts kan dodelijk zijn voor mensen. Op basis van gegevens van ziekenhuizen is bekend dat 74 mensen overleden zijn aan de gevolgen van de ziekte. Duizenden werden ziek. Opnieuw worden grote stallen gevuld met geiten.

Toekomst

De Nederlandse consument ziet steeds meer de nadelen van goedkoop vlees en koopt minder vaak en minder veel vlees. De omzet van biologisch vlees groeit wel. Wereldwijd neemt de vleesconsumptie nog toe. In Nederland wordt het steeds moeilijker om een bedrijf te runnen in de intensieve veehouderij. De marges zijn klein, de regelgeving streng, de investering in moderne apparatuur groot. Bestaande bedrijven worden opgeslokt door giga ondernemingen. Er komen steeds minder boeren. Sommige bedrijven vertrekken naar het buitenland, waar arbeid en land goedkoper zijn en milieuregels nog minder streng zijn.

De vee-industrie heeft nauwelijks toekomst in dichtbevolkt Nederland.


Bron: NPO focus; 11 april 2017