vrijdag 7 april 2017

Column Dolf Jansen, twijfeltariër

15 Jaar geleden verbleef ik een paar maanden in de Verenigde Staten aan de overkant. Inderdaad, in die tijd waren de grenscontroles nog niet zo streng. Mijn goedgelukte gezin en ik rustten uit, van veel te hard werken onder meer, ik bereidde me met 9 trainingen per week voor op een marathon later in het voorjaar, en ik las. Veel.

Het boek dat me het meest is bijgebleven heet Fast Food Nation (van Eric Schlosser), en handelt over fast food, natuurlijk, maar ook over vleesproductie in de ruimste zin: waar komt al het vlees vandaan dat we in burgers en andere opgewarmde vormen tot ons nemen, hoe worden de beesten die het vlees leveren behandeld, hoe slachten wij, dat soort vragen.


Twijfel-tariër

Ik was al een soort twijfel-tariër, toen, sindsdien heb ik geen vlees meer gegeten. Schlosser beschrijft onder meer hoe varkens, runderen en kippen worden mishandeld, met behulp van electroshocks worden opgejaagd, hoe half-geslachte beesten uiteindelijk alsnog de dood vinden (hangend aan een metalen haak, of in kokend water), alles om de snelheid van het slachtproces in stand te houden, om de machinerie draaiend te houden, om elke dag weer honderdduizenden beesten te kunnen doden.

Beschaving

Of dat wel past binnen een beschaving, daar kunnen we het vast nog wel eens over hebben, maar als we (vooralsnog) aanvaarden dat dit is wat we doen, om onze hongerige monden te voeden, dan nog kunnen we dat zo humaan en beschaafd mogelijk doen. Ik heb trouwens anderhalve week geleden niet gekeken naar de beelden uit het Belgische slachthuis omdat ik sinds ik de beschrijvingen in het boek van Schlosser las daar geen beelden meer bij nodig heb.

Vertrouwen?

Waar het nu om gaat is dit: wordt in ons land voldoende en op alle slachtplekken gecontroleerd? Kunnen we de autoriteiten in deze - controle-instantie NVWA, staatssecretaris van Dam – geloven als ze zeggen dat overal wordt gecontroleerd. Dat het maar in weinig gevallen mis is of –gaat, waarbij opgemerkt dat de 4% die genoemd wordt feitelijk betekent honderdduizenden dieren, want, inderdaad, in dit gave land slachten wij miljoenen levende wezens per jaar. Dat is het systeem, dat is economie, dat is onze honger.

Economische realiteit

En, ook wel belangrijk, denk ik, als het zo is dat er altijd, bij al die miljoenen slachthandelingen een dierenarts of controleur aanwezig is, op welke momenten wordt dan echt ingegrepen, en op welke momenten is de economische realiteit toch overheersender. Wordt wellicht beterschap beloofd en is de zaak daarmee afgedaan…?

Vleesindustrie

Wat betekenen de logo’s op uw karbonade of biefstuk? Waarom zou de vleesindustrie in ons land zoveel verschillen van dezelfde sector in België, of veel andere Europese landen? En waarom zou de vleesindustrie in ons land zo anders omgaan met controle en feiten als de auto-industrie, de tabaksindustrie, de NAM? Staat de staatssecretaris voor de beesten, en onze gezondheid, of toch in eerste instantie voor het economisch belang van de sector? En kunnen wij al deze vragen eerlijk beantwoord krijgen?

Het systeem

Esther Ouwehand citeerde in de Tweede kamer van de week de omhooggevallen bassist en dierenactivist P McCartney: “Als slachthuizen glazen wanden hadden zou iedereen vegetarisch zijn.” Oftewel, als we zouden weten en zien (en willen zien) hoe het systeem werkt, zouden we het systeem veranderen. Heel erg veranderen.

Minder, minder, minder

Ik wil heel graag vertrouwen op boeren en op mensen van de NVWA en op de staatssecretaris, maar ik denk dat we het systeem moeten veranderen. Minder beesten, minder slacht, minder vleesindustrie, minder economisch belang, meer menselijkheid en liefde voor de dieren en de planeet. En mijn 4 kippen, Guusje, Kees, Pettson en Findus, die sinds mijn column vorige maand zo beroemd zijn geworden dat ze niet meer normaal over straat kunnen, lezen mee en knikken instemmend. Prettige zondag!

Bron: Vroege Vogels; 2 april 2017