dinsdag 4 april 2017

Brabant en de Belgische gifwolk van een mestfabriek

Vorige week werden we verrast door de gifwolk die in het Belgische Zevekote ontstond door een daar gevestigde mestfabriek.  Zevekote is een klein polderdorp in de Belgische provincie West-Vlaanderen en een deelgemeente van de stad Gistel. De ramp ontstond door een lekkende tank met salpeterzuur. Het incident heeft geleid tot veel vragen over huidige en toekomstige mestfabrieken in Noord-Brabant. De Brabantse Partij voor de Dieren vreest voor de richting waarin het Brabantse mestbeleid dreigt te gaan.


Provinciebestuur

Binnenkort neemt het provinciebestuur een besluit over het loslaten van de rem op verdere toename van mestfabrieken in Brabant. De Partij voor de Dieren vreest dat burgers hierdoor nog meer gebukt zullen gaan onder de problemen die worden veroorzaakt door een kleine groep ondernemers. Het incident van de mestfabriek in Zevekote had de evacuatie van duizend mensen tot direct gevolg.

Veiligheid

De PvdD Brabant maakt zich zorgen over de veiligheid in de Nederlandse mestprovincie Noord-Brabant. Gelden in Nederland dezelfde veiligheidsvoorschriften als in België? De lekkende salpeterzuuropslag in Zevekote was acht dagen daarvoor nog goedgekeurd door Belgische instanties.

Salpeterzuur en zwavelzuur

In de lekkende opslag in Zevekote was 15.000 liter salpeterzuur opgeslagen. De megamestfabriek die in Oss lijkt te komen zal ongeveer veertien miljoen liter zwavelzuur per jaar gaan gebruiken. Salpeterzuur wordt gebruikt om de uitstoot van ammoniak naar de omgeving te voorkomen. Doorgaans wordt hiervoor zwavelzuur gebruikt. Toxicoloog Jacob de Boer geeft aan dat het inademen van salpeterzuur slecht is voor de longen. Ook kun je er “enorme brandplekken door oplopen, met grote littekens als gevolg.” Bij een incident met zwavelzuur blijken mensen last te kunnen krijgen van irritaties aan ogen en luchtwegen.


Mestverwerking in Brabant

Momenteel wordt door het bestuur van Brabant een wijziging voorbereid van het Brabantse mestbeleid. Eén van de wijzigingen van het provinciale mestbeleid is het loslaten van een maximaal goed te keuren mestverwerkingscapaciteit. De nu bestaande rem op nieuwe- en uitbreiding van bestaande mestfabrieken wordt dan opgeheven.

Schriftelijke vragen

Een en ander is voor de Brabantse Partij voor de Dieren aanleiding om schriftelijke vragen te stellen aan het dagelijks bestuur, het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant.

De vragen

1. Kunt u een overzicht overleggen van vergunde hoeveelheden salpeterzuur- en zwavelzuuropslag van de Mest Verwerking Installaties (MVI’s) in Brabant? Zo nee, waarom niet?
2. Worden de gevaren van het gebruik van salpeterzuur en zwavelzuur bij MVI’s meegenomen in een milieueffectenrapportage (MER) of een andere risicobeoordeling? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?
3. Wordt de aanvoer van salpeterzuur en zwavelzuur met tankwagens – wat betrekking heeft op het hele gebied van de route, i.p.v. alleen het gebied rond de MVI – meegenomen in een MER of een andere risicobeoordeling? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?
4. Met welke gevolgen voor de volksgezondheid wordt rekening gehouden, in geval van dergelijke incidenten?
5. Met welke gevolgen voor flora en fauna wordt rekening gehouden, in geval van dergelijke incidenten?
6. In het geval dat de betreffende ondernemer de schade van een dergelijk incident niet zelf kan betalen, wie is er concreet verantwoordelijk voor de schade?
7. Hoe groot acht u de kans dat een dergelijk lek, met de verstrekkende gevolgen voor omwonenden, in Brabant plaatsvindt?
8. Gelden in Nederland dezelfde voorschriften als in België? Zo ja, acht u deze afdoende, gezien het feit dat de betreffende tank alle vergunningen had en acht dagen voor het ongeluk nog was goedgekeurd? Zo nee, wat zijn de verschillen waaruit kan blijken dat een dergelijk incident in Nederland formeel zou zijn voorkomen?

Bronnen: PvdD Noord-Brabant; 3 april 2017; PvdD Noord-Brabant; 3 April 2017



Strijd tussen belangen

Alle inwoners van Noord-Brabant weten nu dat de intensieve veehouderij in hun provincie volledig uit de hand is gelopen. En dat is allesbehalve in het belang van de gewone inwoners. Integendeel. De angst voor aantasting van gezondheid groeit. Schoon water en schone lucht zijn steeds moeilijker te garanderen. Woonplezier wordt schaarser. De natuur lijdt. Mest hoopt zich op. Mestfabrieken verhullen het probleem.

De belangrijkste vraag aan het bestuur van de provincie is: “Wat doe je om, in het belang van de gewone inwoners, de hoeveelheid vee in Brabant drastisch te verminderen?”