vrijdag 31 maart 2017

Oproep aan de bestuurders van alle Brabantse gemeenten

Het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant  publiceerde onlangs een voorstel voor wijziging van de ‘verordening ruimte’ 2017. Aanleiding voor de Partij voor de Dieren om de bestuurders van alle gemeenten in Noord-Brabant te wijzen op hun verantwoordelijkheid. De lange brief is het waard gelezen te worden door alle inwoners van Noord-Brabant die zich interesseren voor de toekomst van zichzelf en hun nakomelingen. Spreek uw vertegenwoordigers in uw gemeente aan, zo mogelijk persoonlijk.


Geacht college, geachte gemeenteraad

In het voorstel tot wijziging worden de mogelijkheden tot uitbreiding en vestiging van veehouderijen en mestbewerkingsinitiatieven verbreed. Wij willen u met deze brief attenderen op de vergaande gevolgen die deze wijziging voor uw gemeente kan hebben. U heeft tot en met 13 april 2017 de mogelijkheid zienswijzen in te dienen bij het bestuur van de provincie. Wij komen tot de conclusie dat het nieuwe beleid een averechts effect heeft op het voorkomen van problemen van de intensieve veehouderij. Er wordt ingezet op verdere schaalvergroting met grotere stallen en verdere concentratie van dieren, met een grotere kans op uitbraken van dierziektes tot gevolg. Ook delen van Brabant waar nu nog geen sprake is van overbelasting, maken kans om hierdoor onder druk te komen  staan. De zeer ruime mogelijkheden voor mestfabrieken leveren meer vervoer van mest op, met alle risico’s voor de volksgezondheid en gevolgen voor de leefbaarheid van dien.

Geen vernieuwing

Het proces biedt daarnaast geen stimulans voor grondgebonden bedrijven, geen stimulans voor biologische landbouw en geen inzet op plantaardige landbouw. Deze bedrijven zullen zo juist de markt uit worden geconcurreerd. Momenteel stoppen 5 boeren per dag omdat ze niet mee kunnen in de concurrentieslag van “groot, groter, grootst”. Het nieuwe beleid betekent dan ook een einde aan familiebedrijven en een verdere vermindering van het aantal boeren in Brabant.

De gevolgen op een rij

1. Er zijn geen afstandscriteria voor stallen, in het kader van volksgezondheid, opgenomen.
2. Er is geen stop op de explosieve groei van het aantal geitenhouderijen en geen grondgebondenheid opgenomen in het beleid.
3. Nieuwvestiging van stallen wordt mogelijk in het Natuur Netwerk Brabant (NNB), de groenblauwe mantel en het gemengd landelijk gebied. Meer grote stallen in onze natuur en ons open landschap, dus.
4. Als een bedrijf een 8,5 of meer scoort voor de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV)mag het uitbreiden tot 2 ha. Dit levert een verdere concentratie van dieren op.
5. Het systeem van ‘stalderen’ – oppervlakte van oude stallen inleveren voor de bouw van nieuwe stallen – houdt geen direct beleid voor krimp van de veestapel in.
6. Na verplaatsing van een overlast veroorzakende veehouderij mag het betreffende bedrijf worden uitgebreid tot maximaal 2,5 ha. Een beloning voor het veroorzaken van overlast.
7. Op bedrijfsniveau mag mest worden verwerkt, waarmee groei van de veestapel op lokaal niveau nog minder wordt beperkt.
8. Melkrundveehouderijen mogen als collectief – dus twee of meer bedrijven samen – op een bedrijfslocatie tot 25.000 ton mest vergisten. Ook in de groenblauwe mantel en het gemengd landelijk gebied.
9. De nieuwvestiging van mestfabrieken op industrieterreinen wordt mogelijk gemaakt. Dat betekent dat uw overlast en gezondheidsrisico’s vrezende burgers – zoals in Roosendaal, Oss en Sterksel – hiertegen nog minder in te brengen hebben.
10. De evaluatie van de BZV laat zien dat volksgezondheid, duurzaamheid en dierenwelzijn niet of nauwelijks zijn toegenomen. Ook betekent het meer controle en handhaving voor uw gemeente.

Mestfabrieken

Zolang niet wordt ingezet op een forse inkrimping van de veestapel, bieden mestfabrieken geen echte oplossing voor het mestprobleem. Integendeel, het houdt de overproductie van mest juist in stand en laat de import van soja ongemoeid. Ook uw burgers betalen hiervoor de prijs, o.a. in de vorm van de miljoenen euro’s subsidie die aan de mestfabrieken ter beschikking worden gesteld.

Mestvergisters en mestfabrieken

Het is onverantwoord om onbeperkt mestvergisters tot 25.000 ton toe te staan in de groenblauwe mantel en het gemengd landelijk gebied. Dit zijn gebieden in uw gemeente die nu nog mooi zijn en bescherming genieten. Er wonen mensen die structureel last zullen hebben van de mestfabrieken. Grote mestfabrieken op industrieterreinen zijn ook geen oplossing voor het mestprobleem. Ook rond de enorme installaties, met een capaciteit van tot wel 500.000 ton mest per jaar, wonen mensen. Ook deze mensen zullen structureel overlast ondervinden van de vele verkeersbewegingen en de geuruitstoot. Daarnaast is er nog te weinig bekend over de risico’s voor de volksgezondheid, ook van het verplaatsen van mest.

Stalderen

Van het voorstel tot uitbreiding van stallen middels het systeem van stalderen is in het kader van duurzaamheid en leefbaarheid niet veel te verwachten. Uit een in opdracht van de provincie uitgevoerde evaluatie blijkt dat uitbreidingen van veehouderijen in het kader van de BZV nagenoeg niets heeft opgeleverd voor de volksgezondheid. Bij slechts 0,2% van de Brabantse bedrijven heeft verduurzaming dankzij de BZV plaatsgevonden.

Grotere stallen

Met het oog op de leefbaarheid van uw gemeente is het ons inziens daarom onverantwoord om nu door te gaan met het vergroten van stallen van 1,5 ha naar 2 ha. Wat er met deze intensivering wordt bewerkstelligd is een verdere concentratie van dieren, waarmee ook het risico op ziektes wordt vergroot. Het is precies het tegenovergestelde van wat de GGD als advies heeft meegegeven.

Subsidies

In totaal is er al 570 miljoen euro subsidie beschikbaar gesteld aan mestfabrieken in Brabant. Daar komt nog een deel van de extra subsidie voor mestvergisters van 150 miljoen euro bij, waarvan is te verwachten dat een groot deel in Brabant terecht komt, nu de wijziging van de Verordening ruimte extra mogelijkheden voor mestbewerking aan melkveehouders geeft.

Groene reclame

De gedachte dat mestfabrieken, stalderen en de BZV een oplossing bieden voor de problemen van de intensieve veehouderij is een wensgedachte en een vorm van groene reclame. Dat deze aanpak voor volksgezondheid, duurzaamheid, natuur of dierenwelzijn structureel iets gaat opleveren is niet te verwachten, zoals de evaluatie van de BZV aantoonde.


Bron: Partij voor de dieren Noord Brabant; 21 maart 2017; brief aan de besturen van alle Brabantse gemeenten.