zondag 19 maart 2017

Geen grenzen aan mest in Brabant

In grote delen van Brabant is de omvang van de veestapel volledig uit de hand gelopen. Al tientallen jaren loopt het bestuur van provincie en gemeenten achter ondernemende agrariërs aan. Gezinsbedrijven zijn uitgegroeid tot industriële kolossen. Er is geen oplossing voor de bedreiging van de gezondheid van inwoners, voor het herstel van verloren gegane natuur en voor de steeds verder opwarmende aarde. Dicht bij huis wordt vooral de overlast van dierlijk afval (mest), gekoppeld aan illegaliteit, als een urgent probleem ervaren.


Oplossing?

Het bestuur van Noord Brabant wil nu de hoeveelheid mest vrijgeven, die in Noord-Brabant bewerkt mag worden, meldt gedeputeerde Anne-Marie Spierings. Dat betekent dat er extra mestfabrieken op bedrijventerreinen gebouwd mogen worden waar ook mest van buiten de provincie welkom is. Burgers reageren geschokt. Onzekerheid en afschuw alom.

Mestfabrieken

Nieuwe mestfabrieken mogen voortaan gebouwd worden op bedrijventerreinen, die ook toegankelijk zijn voor mest van buiten de provincie. Burgers reageren geschokt: 'We worden steeds meer de mestput van Nederland'. Op meerdere plaatsen in Brabant verzetten inwoners zich nu al heftig tegen de komst van mestfabrieken. Er is vooral angst voor de gezondheid en voor overlast. Het ooit zo natuurrijke platteland gaat teloor.

Motivatie

Gedeputeerde Spierings geeft als argument voor haar voorgenomen besluit: “Mest is geen afval maar een waardevolle grondstof”. Belanghebbenden (ondernemers die in mest een kans op omzet en winst zien) spreken dan ook over ‘verwaarding’ (omzetten in waarde).


Duurzaamheid

Het bestuur van de provincie wil in Brabant een ontwikkeling in de richting van duurzaamheid. Maar over de inhoud van duurzaamheid is niet iedereen het eens. Vast staat dat de hoeveelheid dieren in Noord Brabant drastisch omlaag moet. De waarschijnlijk vertrekkende staatssecretaris Martijn van Dam heeft kort geleden een ontwerp voor de ‘Wet veedichte Gebieden’ aangeboden aan de Tweede Kamer. De kern van die wet is dat bestuurders van veedichte gebieden een instrument krijgen om in te grijpen.

Grondgebonden

Van duurzame (toekomstbestendige) veehouderij is slechts sprake als die veehouderij grondgebonden is. Dat betekent dat zowel de aanvoer van voer als de afvoer van mest op eigen terrein moet gebeuren. Het bestuur van Brabant wil deze definitie uitbreiden door toe te staan dat mest op eigen terrein verwerkt wordt door bijvoorbeeld vergisting. En over soja uit Zuid Amerika wordt niet gesproken.


Staldering en technologie

Waarschijnlijk als compensatie voor meer mest wil het bestuur van Brabant aansturen op iets minder dieren door middel van zogenoemde ‘staldering’ (stal saldering). Dat zou betekenen dat een nieuwe stal alleen gebouwd mag worden als eerst een oude stal gesloopt wordt. De nieuwe stal mag dan nog ‘slechts’ 90% in oppervlak zijn van de oude stal. Er is geen regel voor het aantal dieren. Een proces van tientallen jaren voor er sprake is van enige verbetering. Verder blijft het bestuur geloven dat nieuwe  technologie een oplossing kan bieden voor de aantasting van de gezondheid van inwoners door overmatig veel vee. Brabantse huisartsen denken daar heel anders over.

Geen zorgen

Gedeputeerde Anne-Marie Spierings zei vrijdag 17 maart 2017: “Er zullen altijd bewoners blijven die zich zorgen maken.” Volgens haar is het de verantwoordelijkheid van de veehouderijsector om die zorgen weg te nemen. Een vrome, maar wereldvreemde gedachte. De grote vraag is, gezien de ervaringen van inwoners, of bestuurders van de veehouderijsector in staat zullen zijn om gebalanceerd rekening te houden met de belangen  van inwoners, natuur en klimaat. Zonder inbreng van krachtige en kundige bestuurders van provincie en gemeenten zal dat niet lukken.

Bronnen: meerdere publicaties in landelijke en provinciale media, o.a. Brabants Dagblad; 17 maart 2017; De Telegraaf; 17 maart 2017