woensdag 22 maart 2017

Het PRIMAG splijt Deurne

Dinsdagavond 21 maart 2017; de gemeenteraad van Deurne neemt een besluit over het Primair Agrarisch Gebied. Deurne wordt gespleten in een PRIMAG en een NIET_PRIMAG. Er ging veel voorbereiding aan vooraf, maar interessanter is het vervolg op deze gedenkwaardige avond. Zeker is dat de discussie over het PRIMAG en alles eromheen niet zal leiden tot een grotere samenhang binnen de bevolking van de gemeente. Deurne krijgt met het PRIMAG een belangrijk stuk buitengebied dat niet bestemd is voor gewone inwoners en toeristen. “Bewoning alleen toegestaan voor intensieve industriële agrariërs, leveranciers en afnemers” komt waarschijnlijk op borden aan de grens te staan. De politieke discussie die nog nauwelijks inhoud vertoont, gaat over het lot van 30000 inwoners, maar die inwoners worden vakkundig buitenspel gezet.

Brief ZLTO

De Zuid-Nederlandse Land- en Tuinbouw Organisatie had, samen met de Rabo bank en het CDA, een machtspositie in Deurne en in veel andere oost-Brabantse en noord-Limburgse gemeenten. ZLTO denkt die positie nog steeds te hebben. De door ZLTO ingediende zienswijze maakt dit duidelijk. Bij de voorbereiding voor de vergadering van de gemeenteraad heeft ZLTO een belangrijke rol gespeeld. Dat blijkt uit de ‘zienswijze’ die door ZLTO is opgesteld. In de zienswijze staat: “In het gebied (het PRIMAG) moet de ontwikkeling (bedoeld is de groei) van veehouderij voorop staan en zijn andere functies daaraan ondergeschikt.” En verder: “Het is belangrijk dat er (in Deurne) een gebied is waar de veehouderij andere activiteiten niet in de weg zit en het voor iedereen duidelijk is dat veehouderij daar het primaat heeft.” ZLTO vindt dan ook dat alleen veehouders zich mogen vestigen in het PRIMAG. Er is, in hun ogen, geen plaats voor andere activiteiten. Voorop staat het belang van het zich verder kunnen ‘ontwikkelen’ (groeien) van de intensieve industriële veeteelt in Deurne. Andersdenkenden worden door ZLTO in de hoek gezet. In hun zienswijze wordt gesproken over “de maatschappelijke druk uit bepaalde hoeken”. ZLTO denkt niet mee over een visie over de toekomst van Deurne, maar wil de eigen ‘visie’ opdringen. En daar zijn nog steeds medestanders voor te vinden.


Bestuur en PRIMAG

Al jaren speelt binnen de Deurnese coalitie (de bestuursmeerderheid van enkele politieke partijen) het verlangen om een PRIMAG te creëren. Het is niet duidelijk waar die diepgewortelde wens vandaan komt. Het bestuur van Brabant stuurt inmiddels steeds sterker aan op het begrenzen en langzaam verkleinen van de omvang van de veestapel in Brabant, in de wetenschap dat het streven naar een gezonde samenleving en naar het afwenden van een klimaatcrisis geen keuze laten. De intensieve veeteelt wordt inmiddels erkend als een van de belangrijkste oorzaken van de opwarming van de aarde. Na enige afleidingsmanoeuvres  als ‘dialogen’ en ‘urgentieteams’ begint zich in politiek Brabant een meerderheid af te tekenen voor duurzame, natuurinclusieve, grondgebonden, maatschappelijk verantwoorde vormen van agrarische activiteit die in alle opzichten een breuk zullen inhouden met de huidige uitwassen van grootschalige, industriële agrarische ondernemingsvormen. Bij die toekomst past geen PRIMAG en past geen enkele vorm van agrarische dominantie en buitensluiting van bijna alle inwoners.

Bij het bestuur van Deurne ontbreekt het, in tegenstelling tot steeds meer andere Brabantse gemeenten aan een doordachte visie op de toekomst van het dorp.


Het PRIMAG op herhaling

Voor ingewijden is duidelijk dat de beslissing om in Deurne een PRIMAG te vormen binnen enkele jaren herroepen zal worden. Het schijnt zelfs de vraag te zijn of de vorming van een PRIMAG in de voorgestelde vorm juridisch haalbaar is. Insiders en inhoudelijke koplopers voorspellen dat Nederland steeds meer een samenleving wordt waarin kwaliteit van leven, duurzaamheid en wereldwijde verantwoordelijkheid overheersende waarden zijn. Een PRIMAG is in die trend  niet te plaatsen.

Laat het bestuur van Deurne morgen beginnen met de inhaalrace die nodig is om Deurne toekomstbestendig te maken.