zaterdag 3 december 2016

Kabinet verkwanselt het Nederlandse landschap

Kritische reacties op het Nederlandse agrarische beleid, door Herman Wijffels, emeritus hoogleraar Duurzaamheid en maatschappelijke verandering, Geert Mak, schrijver, Harm Holman, melkveehouder en Wouter van der Weijden,  directeur van de Stichting Centrum voor Landbouw en Milieu.


Krimp

De Nederlandse melkveehouderij moet volgend jaar krimpen omdat ze na het einde van de melkquotering op 1 april vorig jaar zoveel meer melk en mest is gaan produceren dat ze Europese milieugrenzen heeft overschreden. De Tweede Kamer buigt zich dezer dagen over dit probleem. Er liggen krimpplannen van de sector voor 2017 en van staatssecretaris Van Dam voor 2018.

Mest

Er staat veel meer op het spel dan mest: het landschap, de koeien in de wei, de circulaire economie en de economische kracht van melkveebedrijven. Feitelijk staat de melkveehouderij op een tweesprong: blijft zij grondgebonden of wordt zij industrieel? (Hetzelfde geldt ook voor varkens- en kippenbedrijven.)

Grondgebonden

Een grondgebonden bedrijf is een bedrijf dat (vrijwel) alle mest verantwoord op eigen land kan gebruiken en het meeste gras van eigen grond haalt. Gezamenlijk onderhouden deze bedrijven een fraai, typisch Nederlands landschap. De overgrote meerderheid van de Nederlanders wil de koeien in de wei houden. Weidekaas is niet aan te slepen.


Intensief

Op steeds meer plekken groeit een intensiever bedrijfstype: meer koeien per hectare, mestoverschot en veel veevoer dat van elders moet worden aangevoerd. Het grasland wordt deels vervangen door mais, de koeien komen niet meer in de wei en in plaats daarvan verrijzen mestverwerkingsinstallaties.

Draagvlak

Dit industriële bedrijfstype kan op aanmerkelijk minder draagvlak rekenen bij het Nederlandse publiek en de zuivelproducten zijn moeilijker verkoopbaar in de duurdere marktsegmenten. Niettemin heeft zowel de sector (LTO, zuivelindustrie en de banken) als de politiek de deur voor dit type bedrijven opengezet. De banken gaven volop krediet aan bedrijven die wilden groeien en intensiveren.

Noodrem

Het kabinet had wél een noodrem aangekondigd in de vorm van dierrechten, maar dat werkte averechts: veehouders probeerden juist zo veel mogelijk te groeien om aldus rechten op te bouwen. Het was vooral de VVD die zich keer op keer verzette tegen beperkingen aan de groei en de intensivering.

Export

In oktober kwam een SER-commissie onder leiding van Ed Nijpels (VVD) met een advies waarin het woord 'grondgebonden' niet eens werd genoemd en mest werd neergezet als vierde exportproduct van de veehouderij. Een nauwelijks verbloemde keuze voor een industriële melkveehouderij.


Paniek

De Europese Commissie dreigt Nederland zijn zogeheten 'derogatie' te ontnemen. Die derogatie houdt in dat Nederlandse veehouders bijna 50 procent meer mest op hun land mogen uitrijden dan andere Europeanen. Vervalt die derogatie, dan heeft Nederland er in één klap een enorm mestoverschot bij.

Zuivelindustrie

De zuivelindustrie vroeg in februari aan staatssecretaris Van Dam om in te grijpen. Dat wees hij af onder druk van de VVD. Nu moet de sector alles uit de kast halen om zelf de krimp te organiseren. Dat is een welhaast onmogelijke opgave. Er dreigt chaos en er is paniek in de tent.


Grondgebondenheid bij wet

De Tweede Kamer moet nu serieuze grondgebondenheid bij wet voorschrijven. Dat kan door de wet in vijf jaar aan te scherpen naar 2 à 2,5 koeien per hectare. Elk bedrijf krijgt dan tijd om zich aan te passen. Voor deze maatregel bestaat veel steun onder melkveehouders. Alleen voor 2017 zijn dan nog extra krimpmaatregelen nodig.


Licht aan de horizon
Zo'n beleid kan helpen een melkveehouderij in stand te houden met sterke bedrijven, een sterke marktpositie, korte kringlopen, koeien in de wei en een fraai landschap.


Bron: De Volkskrant; 1 december 2016