vrijdag 2 december 2016

Brabantse boeren boos, burgers blij

De bestuurders van SP en D66 in Brabant willen dat lokale veehouders meer zorg dragen voor mens en milieu, of stoppen. Varkenshouder John van Paassen uit Deurne is een van de veehouders die getroffen worden door maatregelen die bestuurders van SP en D66 in Noord-Brabant – de provincie met veruit de meeste dieren – willen nemen om de overlast van de intensieve veehouderij voor de mens en schade aan de natuur te beperken.


Blij en boos

Stedelingen reageren tevreden, boerenvoormannen zijn kwaad. „Dit is in strijd met de maatschappelijke mores en onacceptabel. Laten we de tractoren maar klaarzetten”, zei voorzitter Hans Huijbers van boerenorganisatie ZLTO onmiddellijk na de bekendmaking vorige week. Huijbers is dezelfde man die drie maanden geleden op een grootse bijeenkomst even buiten Tilburg door de Brabantse commissaris van de koning Wim van de Donk (CDA) nog „met grote eerbied” werd aangekondigd als spreker over verduurzaming van de landbouw.
Lees hier: “Voorzitter ZLTO ontkent de echte problemen”

Vicieuze cirkel

De gedeputeerden Johan van den Hout en Anne-Marie Spierings signaleren dat veel burgers nog steeds klagen over overlast en dat in de omgeving nog te veel vervuilende stoffen terechtkomen, onder meer in Europees beschermde natuurgebieden. Bijvoorbeeld stikstof. „We hebben eerder afgesproken dat door minder dieren en betere staltechnieken de emissies zouden dalen. Maar die daling is er niet”, aldus Van den Hout.

Rotonde

Varkens- en pluimveehouders moeten volgens de gedeputeerden stoppen met „rondjes rijden op een rotonde” en kiezen voor een van de vier afslagen: duurzaam concurreren op de wereldmarkt; concentreren op een kwaliteitsproduct; oriënteren op „brede landbouw” bijvoorbeeld met het leveren van zorg of recreatie en horeca; of stoppen. Spierings: „Veel boeren zitten in een vicieuze cirkel. Ze hebben te weinig geld om duurzaam te worden. Het is moeilijk om jezelf uit het moeras te trekken.”


Opdracht 2020

De bestuurders hebben een duidelijke opdracht. De veehouders moeten niet pas in 2028 maar al over drie jaar, in 2020, al hun stallen emissiearm hebben gemaakt; ze moeten de mest op hun eigen bedrijf verwerken tot een minder schadelijke fractie en een deel van de mest laten verwerken in grote mestfabrieken op industrieterreinen; en ze mogen alleen nog een nieuwe stal bouwen als elders in een paar kilometer omtrek een oudere stal wordt gesloopt.

Blij

Burgers in Oost-Brabant zijn ronduit blij met de maatregelen. „Dit is voor het eerst in de geschiedenis dat de politiek weerstand biedt aan de boerenlobby”, zegt Maria Berkers, voorzitter van de actiegroep Stop de Stank in Deurne. „Eindelijk wordt er gepraat over een stop op het aantal dieren. Dit is een eerste stap naar het einde van de bezopen wereld van vleesfabrieken die voor 80 procent leveren aan de export.”

Huisarts

Ook voormalig huisarts Jan Hoevenaars uit het dicht door vee bevolkte Elsendorp kan zich wel in de maatregelen vinden, hoewel ze hem niet ver genoeg gaan. „De enige echte oplossing is: minder dieren.” Hij heeft jaren geleden al gewaarschuwd voor de „ernstige schade” die de veehouderij omwonenden toebrengt. „Meer luchtweginfecties. Meer fijnstof in de lucht. Meer virussen door het dichtbij elkaar houden van varkens en kippen en geiten. En dodelijke gevolgen, zoals bij de Q-koorts.”


Onthutst

De boeren zelf zijn onthutst over de aangekondigde maatregelen. „Links populisme van de bovenste plank”, vindt varkenshouder John van Paassen. De veehouders hebben volgens hem jarenlang braaf geluisterd naar wat de maatschappij wilde.

Bron: NRC; 27 november 2016
Lees hier het complete artikel