donderdag 4 augustus 2016

Melkveehouderij moet duurzaam worden


Een helder artikel in de Volkskrant (zie de bron) over de toekomst van de melkveehouderij in Nederland. Aanleiding is een nieuwe subsidiegolf afkomstig van de Europese Commissie. Europese melkveehouders  krijgen raar genoeg 150 miljoen euro om de productie van melk vrijwillig te beperken. Ondanks de genereuze subsidie, is de sector niet tevreden.


Nadeel van subsidies

Subsidies staan de ontwikkeling van een gezonde, zelfstandige sector in de weg. Vanwege de subsidies ontbreekt het aan prikkels om de productie af te stemmen op de vraag. Jarenlang hebben melkveehouders geroepen om opheffing van het melkquotum. Zodra daar zicht op was, zijn ze fors gaan uitbreiden en intensiveren, met uiteraard overproductie tot gevolg. Door de toename van de productie ligt overschrijding van de mestnormen in het verschiet, wat zal leiden tot productiebeperking of dure investeringen. Zo sukkelt de sector van crisis naar crisis en kan de belastingbetaler keer op keer de beurs trekken.

Ecologische crisis

De melkveehouderij heeft door steeds verdergaande intensivering een ecologische crisis veroorzaakt. Voorbeelden hiervan zijn veenoxidatie als gevolg van de lage grondwaterstanden die nodig zijn om met steeds zwaardere machines steeds vroeger in het jaar het land te bewerken, achteruitgang van de bodemstructuur door intensieve bemesting, aantasting van het landschap door uitgestrekte, monotone maïsvelden en raaigraslanden en afname van de biodiversiteit, vooral van bloem- en kruidenrijke graslanden, insecten en weidevogels.

Duurzaamheid

Om de crisis op te lossen, is een omslag nodig naar duurzaamheid. Een duurzame melkveehouderij moet zich richten op een markt van hoogwaardige producten in plaats van massaproducten voor de wereldmarkt. Dit vereist de invoering van een nieuw productiemodel dat meer gebaseerd is op een kringloop. Door zelf zoveel mogelijk voer te produceren, kan in combinatie met minder intensief, natuur-inclusief boeren, het overschot aan melk omlaag en kunnen de landschappelijke kwaliteit en biodiversiteit worden verbeterd.


Niet alleen

Om deze omslag te maken, is de medewerking van de zuivelindustrie, de banken en de landbouworganisaties noodzakelijk. Bij deze organisaties moet allereerst het besef doordringen dat nog verdere intensivering met nog meer massaproductie tegen nog lagere kostprijs een doodlopende weg is. Het is een taak voor landbouworganisaties om boeren te stimuleren de omslag te maken.

Consumenten

Tot nu toe zijn de gangbare melkproducten goedkoper dan de duurzame omdat de verborgen kosten, zoals het van verlies aan biodiversiteit en landschappelijke kwaliteit, niet in de prijs van melk zijn opgenomen. Steeds vaker worden deze echter zichtbaar. De vraag naar biologische producten wordt gestimuleerd. Er zijn nu al veel meer biologische melkveehouders nodig.

Overheden

Provinciale en gemeentelijke overheden staan aantasting van de landschappelijke waarden toe in plaats van deze middels streek- en bestemmingsplannen te beschermen. Vooral jonge boeren moeten worden ondersteund zodat zij een goed toekomstbeeld hebben. Het landbouwonderwijs speelt hierbij een belangrijke rol. Tot nu toe richt het zich vooral op de intensieve in plaats van de duurzame, natuur-inclusieve bedrijfsvoering.

Bron: De Volkskrant; Opinie&Debat, 3 augustus 2016