woensdag 9 september 2015

Goedkoop varkensvlees; niet goed voor iedereen

Vier zigeunerschnitzels voor 2,75 euro. Een leverworst voor een euro. Zes slavinken voor 2,25. Een kilo schouderkarbonades voor 4,19. Zomaar een greep uit varkensvleesaanbiedingen van de supermarkten. Wie elke dag van de week vlees wil eten, kan voor een paar euro klaar zijn.


Hoe zit dat?

De consument betaalt weinig, maar de boer komt tekort. Hoe kan dat? Om dat te begrijpen hierbij een overzicht van de opeenvolging van activiteiten die er uiteindelijk toe leiden dat er vlees in huis komt. Veel klanten kopen bij een supermarkt. Die koopt in via een van vijf, elkaar beconcurrerende  inkoopbedrijven. De vleeswaren komen dan van een vleesverpakker of van een vleesverwerker. Die bedrijven kopen weer bij een slachterij. De boer levert aan de slachterij. Maar de boer moet betalen aan mengvoerbedrijven. Iedere schakel in die lange en ingewikkelde keten wil verdienen. Liefst zoveel mogelijk. Vaak is de producent, de boer, de klos.

Inkoop

De supermarkten kopen hun producten in via vijf inkoopkantoren. Dit clubje is de verbinding tussen de levensmiddelenproducenten en de consument. Het gevecht dat hier plaatsvindt, drukt de prijs voor de producenten, en dat werkt door de keten heen. De supermarkten willen allemaal de goedkoopste zijn, en moeten dus tegen de laagst mogelijke prijzen inkopen. De vleesverpakker of vleeswarenproducent rekent die lagere prijs weer zo veel mogelijk door aan de slachterij, en die rekent de prijsdruk weer door aan de varkenshouders. Daar stopt het.

De boer

De boer vangt dus de klappen op, en dat kan hij goed. De meeste varkenshouderijen zijn gezinsbedrijven. De boer kan interen op zijn eigen loon. Dat is een kracht en een zwakte tegelijk: als het even slecht gaat is hij zijn eigen buffer, maar als het lang slecht gaat, houdt hij een bedrijf overeind dat eigenlijk niet meer levensvatbaar is. Dat draagt bij aan het overaanbod dat er al jaren is voor varkensvlees, en dat drukt de prijs nog verder.


Gevolg van de prijsdruk

De prijsdruk door de Russische boycot is acuut, maar de prijzenoorlog van de supermarkten drukt al jaren op de keten, zegt Frans Egberts, directeur van vleeswarenproducent Henri van de Bilt in Beuningen. De boeren betalen de hoogste prijs, zegt hij, maar andere schakels in de keten hebben er ook last van. „Omdat supermarkten steeds minder willen betalen, spuiten producenten meer water in het vlees. Wij hebben gezegd: als het niet anders kan, doen we het, maar dan willen we onze naam niet meer op de verpakking.”

Kiloknallers

Supermarkten slagen er niet in de consument te laten zien hoeveel energie en kwaliteit er in het varkensvlees zit, vinden alle ketenpartners. „Die kiloknallers zijn absurd, een volstrekt verkeerd signaal”, aldus Henk Flipsen, namens diervoerproducenten. „Maar de schuld afschuiven op de supermarkten is te simpel. Uiteindelijk moet de consument bereid zijn een bepaald bedrag te betalen.”

Minder vlees

66 procent van de Nederlanders eet geregeld varkensvlees bij de avondmaaltijd. Dit blijkt uit onderzoek dat bureau Motivaction dit voorjaar in opdracht van het Voedingscentrum deed. Uit hetzelfde onderzoek bleek dat 55 procent drie keer per week of vaker geen vlees bij de warme maaltijd eet en ‘flexitariër’ is. Vergelijkbaar onderzoek van het Landbouweconomisch Instituut uit 2010 kwam uit op 40 procent flexitariërs. Steeds meer mensen laten het vlees dus staan.

Bron: NRC; 7 september 2015

Reactie?
Mail naar duurzaamdeurnenieuws@gmail.com