zondag 12 juli 2015

Mest en failliete varkenshouderij

Op de site ‘Boerderij’ verscheen op 11 juli 2015 het artikel: “Nederlandse varkenshouderij is failliet”. Het bericht is afkomstig van varkenshouder en columnist Johnny Hogenkamp. De ondertitel: “De marges zijn volledig verdampt”. Een bedrijfstak aan het einde van de levenscyclus.


Mest

Al lange tijd zijn er, volgens Hogenkamp, geen goede jaren meer geweest voor de varkenshouderij in Nederland. Als belangrijkste reden noemt hij hoge kosten, onder andere voor mest. Ook de sterk afnemende export wordt door hem als oorzaak aangevoerd. Vleeseters willen steeds meer vlees uit de eigen omgeving.

Zwarter dan zwart

Namens betrokken organisaties NVV, LTO Varkenshouderij en POV zegt Theo Duteweerd in hetzelfde artikel: “Het ziet er zwarter dan zwart uit”. Het woord ‘failliet’ neemt hij niet graag in de mond.

Onbeheerste groei

Feit is dat, met name in Oost Brabant en Noord Limburg, de grootschalige intensieve varkenshouderij, door toedoen van een nieuwe generatie vee ondernemers (ten onrechte boeren genoemd) en niet gehinderd door verantwoordelijke politieke partijen, volledig uit de naden gebarsten is. Met valse argumenten als ‘goed voor de economie’, essentieel voor de werkgelegenheid’ en ‘alleen door groei kun je overleven’, is een onbeheerste situatie ontstaan.

Mest

De Deurnese politieke partijen Deurne Nu, DOE! en VVD stellen, via het door hen gedragen college van B&W, de gemeenteraad van Deurne voor om het gigantische Deurnese mestoverschot in Deurne te verwerken. Met dat voorstel accepteren de drie politieke partijen de bestaande onbeheersbare intensieve varkenshouderij in Deurne en zien ze zelfs nog mogelijkheden voor verdere groei.

Belangen van de inwoners

De belangen van de gewone inwoners van Deurne worden door het voorstel volledig genegeerd. Al eerder werd, uit het ontwerp voor nieuwe stanknormen, duidelijk dat een groot deel van de inwoners van Deurne moet accepteren dat ze wonen in een omgeving die gekarakteriseerd wordt door: ‘extreem slecht leefklimaat’. Uit steeds meer onderzoeken, onder meer van GGD Brabant, blijkt dat er een duidelijk verband bestaat tussen intensieve veehouderij en bedreigde gezondheid van omwonenden.

Slecht model

Bovendien hanteert het college van Deurne een verouderd systeem en bijbehorende normen voor het meten van de hoeveelheid stank afkomstig van veehouderijen. Het RIVM (Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu) heeft het systeem onderzocht en komt tot de conclusie dat de echte overlast veel hoger is dan het systeem aangeeft. Het college van B&W heeft geweigerd de conclusies van het RIVM te accepteren en gaat door met verouderde uitgangspunten.

Veel te veel !!!

In ledenbrief 46 van ‘Stopdestank’,  Vereniging voor bescherming van volksgezondheid, leefbaarheid en milieu, worden feiten op een rijtje gezet. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (2013) produceert de veehouderij in Deurne jaarlijks bijna 600.000.000 kilo mest. Daarvan is 144.000.000 kilo ‘plaatsbaar’; dat wil zeggen dat het volgens de Meststoffenwet op het land mag worden uitgereden. De rest is overschot. Ongeveer 450.000.000 kilo. Dat is 15000 (vijftienduizend) kilo varkensmest per inwoner!!! Daar staat voor de gewone inwoner absoluut niets positief tegenover. Gelukkig zijn de leden van de gemeenteraad VOLKSVERTEGENWOORDIGER en niet ‘vertegenwoordiger van een politieke partij’.

Eerste stap: dinsdag 14 juli 2015

Na de zomervakantie beslist de gemeenteraad over mestverwerking in Deurne. Het voorstel van Deurne Nu, DOE! en VVD, overgenomen door het college van B&W, staat 14 juli a.s. op de agenda van de adviescommissie ‘Ruimte en Economie’. De vergadering is openbaar. Bezwaren worden voorbereid, onder andere door ‘Stopdestank’, vereniging met een groot aantal Deurnese leden. De publieke tribune is voor iedereen die Deurne leefbaar wil maken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Reageren kan m.b.v. onderstaand formulier.
Je bericht zal z.s.m. door de redactie worden beoordeeld en geplaatst, mits deze voldoet aan de hiervoor geldende criteria.