maandag 8 juni 2015

'Bijengif' doodt veel insecten

Er is hard wetenschappelijk bewijs dat neonicotinoïden die als bestrijdingsmiddel in de landbouw worden ingezet, al in zeer lage doses grote effecten hebben op organismen waarvoor het gif helemaal niet is bedoeld.  Ze doden niet alleen de plaagdieren.


Bestuivers

Ook de zogenaamde wilde bestuivers lopen schade op. Dat zijn grofweg de helft van de alle bestuivende insecten - zoals vlinders, hommels, wilde bijen en zweefvliegen. Ook onder de grond zijn de effecten merkbaar, waardoor het voor de boer zo belangrijke bodemleven wordt aangetast.

Pesticiden op grote schaal

Onderzoekers analyseerden honderden wetenschappelijke onderzoeken naar de effecten van de op grote schaal toegepaste pesticiden. De Europese Commissie zal de studie gebruiken bij de beslissing over het omstreden bestrijdingsmiddel. Na de nieuwe studie bestaat de kans dat de Europese Commissie met een volledig verbod komt.

Vogelsoorten

Eerder bleek uit een studie van de Radboud Universiteit in Nijmegen dat neonicotinoïden indirect van invloed zijn op de achteruitgang van vogels als spreeuw, veldleeuwerik, boerenzwaluw, ringmus en andere insectenetende vogels.

Gif

Neonicotinoïden zijn zogenaamde systemische bestrijdingsmiddelen. De pesticiden worden als een soort coating toegevoegd aan het zaaigoed van landbouwgewassen. Via het wortelstelsel en de sapstroom verspreid het gif zich door het gewas, de plant is daardoor van binnenuit giftig. Een insect dat het gewas aanvreet, wordt door het gif gedood.

Grote verontreiniging

Volgens de Wageningse hoogleraar Frank Berendse, die voor Nederland in de wetenschappelijke commissie zat, leidt toepassing van neonicotinoïden tot 'onnodig grote verontreiniging van het milieu'. Berendse: "De giftige verbindingen komen binnen enkele weken voor het overgrote deel in de bodem terecht."

Honingbij

De verdeeldheid over het effect van deze bestrijdingsmiddelen is, zo blijkt uit het rapport, deels te verklaren uit het feit dat onderzoek en debat over de schadelijkheid van neonicotinoïden, zich ten onrechte concentreerden op de honingbij. Minder aandacht was er voor vlinders, zweefvliegen, hommels en solitaire bijen, terwijl die vijftig procent van de bestuiving in Nederland voor hun rekening nemen en die, zo blijkt, veel kwetsbaarder zijn voor het landbouwgif.

Dramatisch

De honingbij is een relatief groot dier in vergelijking met veel andere bijensoorten, en de honingbij leeft in zeer grote kolonies. Daardoor kan de honingbij tegen een stootje en is de soort weerbaarder tegen verontreiniging door pesticiden. "Er zijn aanwijzingen dat als je naar andere bestuivers kijkt, zoals bijvoorbeeld de aardhommel, de effecten van neonicotinoïden dramatisch negatiever zijn."

Bron: Trouw; 8 april 2015

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Reageren kan m.b.v. onderstaand formulier.
Je bericht zal z.s.m. door de redactie worden beoordeeld en geplaatst, mits deze voldoet aan de hiervoor geldende criteria.