maandag 16 maart 2015

Mensen en dieren in Deurne

Wie wil nu en in de toekomst in een worstfabriek wonen? Welke toerist gaat voor z´n plezier in een tentje of camper tussen de varkens slapen?  In Deurne hebben bestuurders in het nabije verleden verzuimd maatregelen te treffen om Deurne leefbaar te maken. Het huidige bestuur zegt onmachtig te zijn en doet weinig. Dat wordt overgelaten aan het bestuur van de provincie. En dat bestuur heeft een ‘eenvoudige’, maar onmogelijke ‘oplossing’. “Boeren en burgers moeten weer vriendjes worden”, zo wil de provincie. In ‘worstfabriek Deurne' is dat nog niet gelukt.


Mensen en dieren

“Rij door het buitengebied van Deurne en je ziet een aaneenschakeling van veestallen. In al die schuren leven varkens, kippen en nertsen. Niet dat je dat kunt zien, want de dieren zijn onttrokken aan het zicht, maar het is wel zo. De gemeente Deurne, bijna 32.000 inwoners, herbergt héél veel dieren. Volgens cijfers van het CBS bevat de veestapel onder meer 370.000 varkens, ruim 70.000 nertsen en 1,2 miljoen kippen.  Heel veel dus. Het is de enige constatering waarover iedereen het eens is. Want wie in het dorp gaat praten over al die veestallen, stuit al snel op volstrekt verschillende interpretaties. Waar de één de stallen ziet als een symptoom van een bloeiende economische sector die het dorp veel welvaart brengt, ziet de ander één grote worstfabriek, die vooral garant staat voor stank en andere vormen van overlast.”

Grenzen zijn ver overschreden

‘Als er in Brabant één plaats is waar de intensieve veehouderij tegen de grenzen van de groei is opgelopen, is het Deurne. Hier, in het hart van de Peel, is te zien wat bestuurders bedoelen als ze het hebben over het ‘agro-industriële complex’. Sinds het aanbreken van de 21e eeuw zijn er in Deurne al tweehonderd boerenbedrijven verdwenen, maar het totaal aantal dieren is op niveau gebleven: duidelijker valt het proces van schaalvergroting niet te schetsen.” De agro-industriële ondernemers hebben het credo ‘stilstand is achteruitgang’ hoog in het vaandel staan. En ze worden geholpen door een aantal politici en belanghebbende adviseurs.

BZV

Brabantse boeren die willen blijven groeien, worden sinds vorig jaar langs een in het Provinciehuis in Den Bosch ontworpen meetlat gelegd: de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV). Dat betekent dat ze moeten voldoen aan criteria voor (onder meer) dierenwelzijn, uitstoot van ammoniak en fijnstof en mestverwerking.

Buren

Bovendien moeten ze in gesprek met hun buren. De laatste jaren zijn er in tal van Brabantse plaatsen groepen burgers opgestaan die het welletjes vinden met de ongebreidelde groei van de intensieve veehouderij. Ook in Deurne was dat het geval: sinds 2011 bestaat hier een vereniging met de veelzeggende naam ‘Stop de Stank’.

Dialoog?

Lukt dat in Deurne, die dialoog tussen boeren en burgers? Helemaal niet, vindt Henk Dielissen, woonachtig in het buitengebied tussen Deurne en Liessel. Zijn overbuurman bouwt dit jaar wéér een nieuwe stal, die plaats biedt aan nog eens vierduizend varkens. „Toen we met alle buurtbewoners samen aan tafel zaten, beloofde hij dat we niets zouden ruiken van de nieuwe stal. Maar toen we hem vroegen of hij de stal zou afbreken als het toch meer gaat stinken, liep-ie boos weg."

Stank

Soortgelijke ervaringen vallen op te tekenen bij Willem en Carla Sengers, beiden lid van ‘Stop de stank’. Op vijftig meter afstand van hun woning aan de Lijsterweg verrees vorig jaar een nieuwe varkensstal. Eigendom van een agrarische maatschap uit Ysselsteyn. Met als gevolg nog meer stank, zegt Carla Sengers. In de directe omgeving van hun woning, bivakkeren nu 22.000 varkens, zo heeft Willem Sengers berekend.

Overheid

Maria Berkers, voorzitter van ‘Stop de stank’ zegt: „Wij richten ons niet op individuele boeren, maar op de overheid. Die is verantwoordelijk voor de wet en regelgeving. Het aantal beesten moet drastisch terug. De focus ligt altijd op de ‘verdienmodellen’ van de ondernemers, maar ondertussen worden de bewoners ziek van alles wat nu de lucht in gaat.”

Ugentieteam

Het provinciale urgentieteam voor Deurne kreeg ‘veertig tot vijftig meldingen’ van burgers die klagen over agrarische overlast. „Voor de zomer hopen we duidelijk te maken wat de oplossing is voor gebieden met overlast.” zegt Jack van Dijk, voorzitter van het urgentieteam. Voorzitter Maria Berkers van Stop de stank vreest dat de urgentieteams ‘een wassen neus’ zijn. „Die teams hebben te weinig macht. Zoals het er nu naar uit ziet, zal er in Deurne slechts één bedrijf verplaatst worden. Terwijl Deurne eigenlijk één groot urgentiegebied is.”

ZLTO

Het zijn zulke uitspraken die illustreren dat ze bij ‘Stop de stank’ behoorlijk overdrijven, zegt Henk Raaijmakers, voorzitter van de ZLTO-afdeling in Deurne. De boeren in Deurne houden zich aan alle normen en ‘opereren volledig binnen de wet’. „Ik kan niks met mensen die de agrarische sector criminaliseren. Als de dialoog tussen boeren en burgers mislukt, moeten die urgentieteams de onafhankelijke scheidsrechter zijn.” Raaijmakers wijst erop dat de boerensector in Deurne bijna twintig procent van de lokale economie beslaat. "Het gaat om ondernemers die ‘niet op industriële wijze willen boeren’, maar door de markt worden gedwongen tot schaalvergroting."

Hakken in het zand

Jack van Dijk is voorzitter van het urgentieteam dat in Deurne de problemen met de intensieve veehouderij moet oplossen. „Boeren en burgers vertrouwen elkaar niet, ze hebben de hakken in het zand staan. Beide groepen koesteren ook nog eens groot wantrouwen richting overheid.” Brabant heeft meer gemeenten waar de intensieve veehouderij de verhoudingen zwaar op de proef stelt (Bernheze, Boekel, Landerd en Reusel-De Mierden bijvoorbeeld), maar Deurne spant de kroon, zegt Van Dijk. „We voeren intensieve gesprekken.”

Bron: Brabants Dagblad; dinsdag 24 februari 2015

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Reageren kan m.b.v. onderstaand formulier.
Je bericht zal z.s.m. door de redactie worden beoordeeld en geplaatst, mits deze voldoet aan de hiervoor geldende criteria.