vrijdag 9 januari 2015

Stankoverlast: dweilen met de kraan open

De wereld op z’n kop. Daarover gaat het bericht dat 20 december 2014 in het Eindhovens Dagblad verscheen met de kop ‘Gemert-Bakel steunt gedupeerde veehouder’. Wat blijkt? Het bestuur van de gemeente ondersteunt een veehouder bij zijn beroep bij de Raad van State om een ontheffing te krijgen voor de bouw van een megastal van 2,5 hectare aan de Paradijs 19 in Elsendorp.


Geschiedenis

Volgens Gemert-Bakel en de varkenshouder gaat het om een bouwvergunning die nog onder de oude regeling van de provincie valt, dat wil zeggen een aanvraag die dateert van vóór 19 maart 2010. Die dag besloot Provinciale Staten namelijk om de omvang van veestallen te beperken tot maximaal 1,5 hectare. Maar met een provinciale ontheffing bleef uitbreiding tot 2,5 hectare nog steeds mogelijk. Deze ontheffing kreeg de varkenshouder alsnog van de provincie in december 2013 na een slepende procedure tot aan de Raad van State.

‘Onrechtvaardig’

De varkenshouder en het bestuur van de gemeente Gemert-Bakel zijn het oneens met het bestuur van de provincie. Het bestuur van de provincie  wil dat de varkenshouder zich bij de nog te bouwen megastal houdt aan de voorwaarden zoals vastgelegd in de ‘Verordening Ruimte’ van 7 februari 2014. Daarin zijn enigszins hogere eisen opgenomen over onder andere stankreductie en landschappelijke inpassing. De varkenshouder, gesteund door het bestuur van de gemeente, vond het opleggen van die voorwaarden door de provincie ‘onrechtvaardig’ en stapte daarom naar de Raad van State in Den Haag.

Bestuur kiest partij

In dit geval kiest het bestuur van de gemeente Gemert-Bakel dus eenzijdig partij voor de belangen van één varkenshouder ten nadele van het algemeen belang van de inwoners van Elsendorp. Die krijgen, als de Raad van State het bestuur gelijk geeft, te maken met méér stankoverlast. Bovendien heeft de ‘Verordening Ruimte 2014’ ook nog eens een negatieve invloed op het welzijn van inwoners. Op basis van die nieuwe verordening zouden veebedrijven zelfs méér stank mogen produceren en uitstoten.

Hinder

In de ‘Verordening Ruimte 2014’ wordt er namelijk van uitgegaan dat 12 procent van de inwoners in de bebouwde kom hinder mogen ondervinden van de intensieve veehouderij. In het buitengebied is dit zelfs 20 procent. Deze onverantwoorde normen staan haaks op het nationale beleid, waarin gestreefd wordt naar 3 procent ‘stankgehinderden’. De provincie Brabant zit daar dus zeer ruimschoots boven.

Advies genegeerd

Daarnaast wordt het advies van het  Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) om minimaal een afstand van 1 à 2 km aan te houden tussen varkens- en pluimveebedrijven door het bestuur van Gemert-Bakel volledig genegeerd. Aan Paradijs 40, op circa 200 meter afstand van de te bouwen megastal, staat een pluimveebedrijf met 200.000 mestkuikens. Volgens het RIVM vormt die combinatie van dieren op korte afstand van elkaar een risico in verband met verspreiding en mutatie van influenzavirussen (varkens- en vogelpest). En dus is de combinatie een bedreiging voor de volksgezondheid.

Visie?

Des te schrijnender is de recent door het bestuur van de gemeente Gemert-Bakel geventileerde ‘visie’ dat de inwoners van Elsendorp en De Rips de overlast van de intensieve veehouderij zelf maar moeten aanpakken. Het bestuur van de gemeente verruimt de geurverordening en geeft veehouders de ruimte om te blijven uitbreiden en meer stank te produceren. Aan de inwoners de mooie opdracht om vervolgens in ‘dialoog’ met de veehouders in hun directe omgeving de problemen van de intensieve veehouderij op te lossen aan de keukentafel. Dat is letterlijk dweilen met de kraan open. En het roept de vraag op waar een bestuur voor nodig is.

Bron: Mens, Dier en Peel; 3 januari 2015

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Reageren kan m.b.v. onderstaand formulier.
Je bericht zal z.s.m. door de redactie worden beoordeeld en geplaatst, mits deze voldoet aan de hiervoor geldende criteria.