zaterdag 22 november 2014

Roos Vonk en dierhouderij

Roos Vonk: “Intensieve veehouderij is niet de schuld van de boer, maar van overheid, supermarkt en consument.”


Vriendelijke man

“Ik woon in landelijk gebied met hier en daar een boerderij. Bij het wandelen kom ik soms langs een grote schuur waar geschreeuw van varkens uit komt. Ik heb mezelf vaak van alles in mijn hoofd gehaald. Op een dag trok ik de stoute schoenen aan en belde aan bij het huis van de boer. Tot mijn verbazing kwam er een vriendelijke man naar buiten, die in niets leek op de dierenbeul die ik had gefantaseerd. Hij vertelde dat er 250 fokzeugen in de stal stonden die soms ruzie maakten over het voer. Dan ging het er wel eens stevig aan toe.”

Buiten lopen?

“Zou het niet leuker zijn als ze lekker buiten liepen?’ vroeg ik. ‘U hebt een wei en u kunt een modderpoel maken!”
“Ja, dat zou ik ook wel willen” zei hij, “dat hadden we vroeger ook. Maar toen hadden we 25 varkens. We hebben er nu teveel. Ze mogen niet meer naar buiten, vanwege de mest.”
“Misschien weer gewoon 25 varkens nemen in plaats van 250?” probeerde ik nog. Nee natuurlijk: “Een varken brengt veel te weinig op. Ik kan er nu al amper van rond komen.”

Supermarkten, milieuwetgeving en burgers

De boer zit eigenlijk net zo klem als de varkens. Klem tussen lage marges aan de ene kant – afgedwongen door supermarkten die vlees willen verkopen voor minder dan de prijs van hondenvoer – en aan de andere kant milieuwetgeving en boze blikken van de burgers die oh zo van dieren houden, maar ondertussen wel die goedkope kiloknaller willen. Hoe moet je het als veehouder ooit goed doen in deze situatie?

Schaalvergroting

Door de lage winst per dier proberen boeren met schaalvergroting een acceptabel inkomen te verdienen. Maar op termijn heeft dat in ons kleine land zoveel ongewenste gevolgen dat het niet vol te houden is: er ontstaat overproductie, milieu- en klimaatschade (volgens berekeningen van de wereldvoedselorganisatie is de uitstoot van broeikasgassen door de veehouderij hoger dan die van alle auto’s, vrachtwagens, treinen, schepen en vliegtuigen bij elkaar!), gevaren voor de volksgezondheid (denk aan fijnstof, dierziektencrises en resistente bacteriën) Ook telt mee de voedselschaarste in de derde wereld, waar landbouwgrond wordt gebruikt om voer voor ons vee te telen.

Zo doorgaan?

We moeten wat verder kijken dan onze neus lang is. Schaalvergroting is niet eindeloos vol te houden. Elke week stoppen in Nederland 50 agrarische bedrijven, veelal omdat ze de race naar steeds grotere productie niet meer volhouden. Verdere industrialisering kan niet de oplossing zijn voor problemen die juist door industrialisering zijn ontstaan.

Dieren

Daarnaast is de omgang met dieren vaak niet meer zoals we dat willen in een beschaafde samenleving. Varkens zijn zeer intelligente dieren. Burgers voelen zich er ongemakkelijk bij dat deze dieren niet buiten komen, niet kunnen rondsnuffelen, wroeten, rennen, stoeien; dat zeugen bevallen  tussen metalen stangen en dat biggen al jong bij de moeder weggehaald worden. Dit alles wordt ervaren als onnatuurlijk en dieronvriendelijk. En dan is de boer alwéér de boosdoener.

Overheid, supermarkt en consument

Dat is niet terecht. In feite ligt de verantwoordelijkheid vooral bij overheid, supermarkt en consument. Als de prijs per dier omhoog gaat kan de boer kleinschaliger en milieu- en diervriendelijker gaan werken. Hij kan minder dieren houden, die kunnen weer buiten lopen. Er is weer grondgebonden productie mogelijk. De boer wordt weer degene die voor ons aller eten zorgt en waar de varkens gezellig rondscharrelen. Iemand die dichtbij de natuur staat in plaats van een grootindustrieel die het milieu en het landschap verpest.


Het roer moet om

Echte stappen kunnen alleen gezet worden als het prijsbeleid zodanig verandert dat een kleinschalige, mens- en diervriendelijke productie aantrekkelijker wordt voor de consument – en dus ook voor de boer. Dan kunnen we de stap maken naar een duurzame veesector, waarin economie en technologie in dienst staan van het welzijn van dieren, van de mens, van de samenleving en de natuur.  Tijdens vier kabinetten zijn we – burgers en boeren – in slaap gesust met korte termijn-beleid, lapwerk-maatregelen en schijnoplossingen. Het is nu tijd om wakker te worden. Er bestaan échte, structurele oplossingen. Maar alleen als we de werkelijke problemen onder ogen durven zien.

Bron: Blog Roos Vonk

Deurne

Welke leden van de gemeenteraad en van het college van B&W kennen deze analyse?


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Reageren kan m.b.v. onderstaand formulier.
Je bericht zal z.s.m. door de redactie worden beoordeeld en geplaatst, mits deze voldoet aan de hiervoor geldende criteria.