zaterdag 22 februari 2014

Inwoners zijn de dupe; is het mestprobleem nog oplosbaar?

De Nederlandse veestapel is groot en produceert veel te veel mest. De problemen die dat oplevert, moeten met mestbeleid worden getemperd. Maar de fraude blijkt zo fors, dat de problemen zich juist opstapelen.
Als uitzondering: een lang artikel over een enorm probleem dat met technische maatregelen niet op te lossen is. De overheid grijpt veel te laat in. Inwoners zijn de dupe.


25 badkuipen

Elke Nederlander kan jaarlijks zo’n vijfentwintig keer een bad nemen met verse stront. Jaarlijks poept de Nederlandse veestapel 71 miljard kilogram mest, meer dan 4.000 kilo per Nederlander. In principe is die mest mooi, waardevol spul. Het houdt de vruchtbaarheid van de bodem op peil waar vervolgens volop aardappelen, gras of graan kan groeien. Alleen hebben we zóveel dieren per hectare, het hoogste aantal ter wereld, dat het uit de hand is gelopen: er is gewoon veel te veel mest.

Te veel mest

Door te veel mest is grond- en oppervlaktewater in grote delen van Nederland  vervuild, is een flink deel van de soortenrijkdom in de Nederlandse natuur  uitgestorven of ernstig bedreigd en worden de Europese maximumnormen voor uitstoot bij lange na niet gehaald. Tel daar bij op de naar verwachting 20 procent extra melkkoeien die er vanaf 2015 met de afschaffing van het melkquotum gaan komen.

Fraude

Voor de aanpak van het mestoverschot vertrouwt de overheid op wetten en regels. Alleen worden de officiële mestregels niet altijd netjes nageleefd. Erger: er wordt fors mee gefraudeerd. Gaat het nieuwe beleid van staatssecretaris Dijksma, waaronder verplichte mestverwerking in fabrieken, daar verandering in brengen?

Mestwetten

Regels bepalen sinds 2006 wanneer op welke gronden agrariërs mest mogen uitrijden. Daarnaast moeten ze een mestboekhouding bijhouden. Toegekende ‘dierrechten’ schrijven een maximum aantal kippen en varkens per boer voor. De melkveestapel werd tot nu toe binnen de perken gehouden door een melkquotum. Desondanks lukt het Nederland niet zich aan de Europese nitraatrichtlijn te houden. De EU verleent Nederland daarom toestemming om in plaats van 170 kilo (de Europese norm), 250 kilo stikstof per hectare uit te stoten. Die toestemming was eind 2013 verlopen, maar via ‘onderhandelingen’ probeert Nederland verlenging te krijgen.

Groene energie

Sinds 1 januari 2014 is het verplicht om het teveel aan (nitraat in) mest te verwerken in fabrieken, zodat de mest kan worden geëxporteerd of vergist, om het te verkopen als ‘groene energie’. “Mestprobleem opgelost, schaf de dierrechten voor kippen en varkens maar af”, vonden de boerenbelangenorganisaties, die hoopten daarmee de veestapel weer te kunnen laten groeien. Maar staatssecretaris Dijksma heeft zelf vooralsnog te weinig vertrouwen in die mestverwerking; de beoogde verwerkingsfabrieken komen maar moeizaam van de grond, onder andere omdat omwonenden er vaak bezwaar tegen maken. De staatssecretaris liet daarom in december 2013 weten de dierrechten tot 2018 te willen handhaven als ‘stok achter de deur’. Ook vindt ze dat de melkveehouderij na afschaffing van het melkquotum in 2015 grondgebonden moet blijven, al is nog niet duidelijk hoe ze dat invult.

Zwarte mest

Toezicht op de naleving van de regels is een probleem omdat steeds veranderende en niet altijd duidelijke mestregels voor veel onduidelijkheid zorgen. Ook is het financieel aantrekkelijk de regels niet serieus te nemen. Er wordt erg veel gefraudeerd met mest en mestverwerking. “In bepaalde delen van Nederland is 40 procent van de mest zwart”, zei bijvoorbeeld LTO-voorman Jaap Haanstra. Niet zozeer duidend op de kleur van de dierenpoep, maar op de illegale mestpraktijken. “In september nog vernam ik van een boer die aan weidevogelbeheer doet, dat hij op papier en dus tegen betaling mest van een buurman afneemt, zonder dat de mest daadwerkelijk bij hem wordt uitgereden. Hij werkt dus mee aan fraude.”

Zuidoost-Nederland

Volgens Cumela, brancheorganisatie van mestverwerkers en -transporteurs wordt 30 tot 40 procent van het totale mestvolume in Zuidoost-Nederland illegaal verhandeld. Dat baseert de organisatie op een rondgang langs de aangesloten organisaties. Die klagen over de grote hoeveelheden mest die illegaal worden afgezet en het gebrek aan handhaving. Hoe hard die 30 tot 40 procent precies is, kan Cumela niet zeggen. Woordvoerder Hans Verkerk: “Het gaat om een inschatting, gebaseerd op signalen van onze organisaties in de regio.” Omdat het nu eenmaal om illegale acties gaat, zijn harde cijfers lastig boven tafel te krijgen. “Zelfs de Voedsel- en Warenautoriteit (VWA) lukt het niet om het te bestrijden, anders zouden ze het wel doen.” De drang om te frauderen komt volgens woordvoerder Hans Verkerk van Cumela vooral van agrariërs: “Die moeten veel geld betalen om mest af te voeren. Via de officiële weg dan. De illegale is veel goedkoper én makkelijker.”

Voorbeelden van 'foefjes'

“Er zijn heel veel foefjes om te frauderen”, vertelt Joop van Leijsen, mestdistributeur in Zeeland en aangesloten bij Cumela. “Ik zit dagelijks tussen de boeren: ze vertellen me alles. Je kunt bijvoorbeeld grond huren op Texel en dan de mest op papier daar naartoe brengen. Er worden ook heel veel nepmonsters gemaakt. Veehouders zetten transporteurs onder druk om met monsters te knoeien, zodat er officieel meer wordt afgevoerd dan in werkelijkheid.” Van Leijsen. “Als het op papier maar klopt is het motto, niet alleen van fraudeurs, maar ook van de politiek, de Voedsel- en Warenautoriteit en standsorganisaties.”

Maatregelen

Boerenorganisatie LTO, branchevereniging Cumela en Transport en Logistiek Nederland hebben samen met staatssecretaris Dijksma aangekondigd de fraude strenger te willen aanpakken. Ze denken bijvoorbeeld aan een onafhankelijke bemonstering van mest en het inbouwen van vaste GPS-apparatuur in mesttransportmiddelen.

Toekomst

Van Leijsen is voorstander van die maatregelen, maar betwijfelt of het voldoende zal zijn. Want tegelijkertijd wordt de fraudedruk, behalve door de verplichte mestverwerking, ook groter door het groeiende aantal melkkoeien.  Vooral in Oost-Nederland schieten de afgelopen tijd de nieuwe en grotere stallen uit de grond van boeren die vooruitlopen op de afschaffing van het melkquotum in 2015. De staatssecretaris heeft aangekondigd dat ze de melkveehouderij grondgebonden wil houden, maar heeft het voorstel van Milieudefensie en Natuur en Milieu om maximaal twee koeien per hectare te laten grazen, niet omarmd. Ze wil dat er een maximum aan fosfaat per hectare door de koeien wordt uitgescheten. Dat is moeilijker te controleren dan het aantal koeien per hectare en dus ook fraudegevoeliger.

Geen uitweg

Officieel is het mestoverschot in Nederland 20 procent. Maar door wijdverbreide fraude is dat feitelijk flink groter en dus zijn ook de veroorzaakte problemen nóg veel groter dan in de beleidsstukken waarop de overheid zich baseert. Over een kleinere veestapel als een werkbare oplossing, hoor je vrijwel niemand.
“Het voornaamste doel van de overheid is blijkbaar dat de schoorsteen moet blijven roken. In plaats van beter, wordt het daardoor steeds gekker. Daar word je niet vrolijk van.”

Bron: Down to Earth; platform voor groene journalistiek; Michiel Bussink; 18 februari 2014