zaterdag 9 november 2013

De kracht van Deurne; voedselbos Panoven - boegendestreuf

Panoven was eind 19e en begin 20e eeuw een buurtschap in Zeilberg ten zuiden van de spoorlijn nabij Wachtpost 22 tussen de Halte en de Hanenberg. De vroegste vermelding van Panoven als buurtschap is van 1889. Deze naamgeving houdt verband met de pannenfabriek die hier destijds stond. (uit DeurneWiki)

‘Wa’n Rewazzi’

‘Wa’n Rewazzi’ (Wat een rommeltje) zullen voorbijgangers misschien denken.  Toch verloopt deze eerste fase van het voedselbos, geheel volgens plan. De grond wordt met een zevental ‘groenbemesters’ bewerkt. Door de groenbemesters wordt de grond losser gemaakt en wordt stikstof  vastgehouden.  De bodem wordt goed bedekt, droogt niet en spoelt niet uit. De  structuur verbetert en het bodemleven kan zich herstellen. Bodemleven is een onderschatte waarde van onze grond. De manier van omgaan met de grond op deze manier is een  groot cadeau voor de bodembiodiversiteit. Daarnaast vinden muisjes, insecten en vlinders dit land heerlijk. Sinds het zaaien dit voorjaar is het voedselbos Panoven in Zeilberg een waar lustoord geworden voor allerlei klein grut.

Eerdere informatie

Op 25 juli stond er een informatief artikel over de start van het voedselbos in het weekblad van Deurne. Ook verscheen er een eerder artikel in deze blog, duurzaamdeurne.net, op 28 juli 2013. Dat artikel is op dit moment het meest gelezen in duurzaamdeurne.net.

Groesbeek

Het eerste voedselbos in Nederland is in 2010 opgestart, in Groesbeek. Op meer plaatsen in de wereld is men bezig om  ‘eetbaar landschap’ aan te leggen. De opzet is steeds om het land anders in te richten. Bestaande, traditionele manieren voldoen niet meer aan de vragen van deze tijd.  Behoud van een vruchtbare bodem  en vergroten van biodiversiteit is van levensbelang.



Gewassen in een voedselbos (groenbemesters)

Witte en rode klaver bedekken de bodem goed. Ook vangen ze,  net als de blauwe lupine,  stikstof uit de lucht, om deze  met hun wortelknolletjes in de aarde vast te leggen.  Lupine werd vroeger veel gezaaid, na het maaien van koren, voor het behoud van de vruchtbaarheid van de bodem. Door het gebruik van kunstmest werd dat niet meer nodig geacht. Nu is het van overheidswege weer geregeld, dat na de maisteelt, er een groenbemester gezaaid moet worden. Het kaal laten van de bodem is tegen-natuurlijk. Verder is er mosterdzaad, bladrammanas, stoppelknol en boekweit gezaaid. Volgend jaar zullen er heesters en bomen geplant worden.

Boekweitmeel 

Boekweit is een gewas dat vroeger veel meer gebruikt werd. Boekweit is een goede graanvervanger, denk aan  ‘boegendestreuf’ (pannenkoek van boekweitmeel). De zaden spruiten snel, dus je kunt hiermee je eigen spruitgroente maken. Boekweit is ‘superfood’ en heilzaam voor vele kwalen. Bij Holtens molen is boekweitmeel voor 2,85 euro per kilo te koop.


Nog een oudje

De pisknol of stoppelknol, werd vroeger veel aangeplant voor veevoer. In Frankrijk wordt de knol in salades verwerkt. Vroeger werd deze knol door schoolkinderen, lopend naar school, vaak onderweg uit de grond getrokken. Velletje eraf en knabbelen maar. Het blad werd als ‘water’ gevoerd aan het vee. In de winter volgde de knol. Veel ouderen zullen zich de koude handen nog herinneren, als de knollen onder de sneeuw uit gerooid moesten worden.

Noot van de schrijfster

Twee november heb ik in het voedselbos een ochtend meegeholpen om zaad te winnen. We hebben veel tijd ‘verkletst’. Dat was zeer nuttige, inspirerende tijd. Het is fijn en gezond om samen op het land bezig te zijn, te genieten van al het moois, met tussendoor  een goed gesprek, een kopje koffie met  peperkoek. Recreëren met een nuttig karakter. Wie komt er volgend voorjaar mee boompjes planten? Ik zorg voor boegendestreuf.
                  
Marjan Verhees-Bennenbroek, Permaculturiste.