donderdag 23 februari 2017

Als ik kippenhouder was….

Dinsdag 21 februari 2017 in de Volkskrant, een uitgebreid artikel ‘Stank splijt het platteland’. Het gaat over de ongeremde en moeilijk te stuiten groei van intensieve veebedrijven in de Peel, het gebied met de grootste veedichtheid van Nederland. Het artikel beschrijft de onmacht van inwoners en huidige bestuurders om echt in te grijpen. Op het spel staan het leefklimaat van de mensen die hier wonen en in het bijzonder de bedreiging van hun gezondheid.
Lees hier het artikel in de Volkskrant.

Zoon van een kippenboer

Op woensdag 22, in de rubriek ‘Opinie & Debat’ van de Volkskrant, een opmerkelijke en onthullende reactie van de zoon van een Noord-Limburgse kippenboer. De ingezonden ‘brief van de dag’ gaat met name in op de veroorzakers van de ‘gespleten Peel’. De brief wordt hieronder geheel weergegeven.

“Agrarische industrie

Als 58-jarige zoon van een Noord-Limburgse kippenboer heb ik van zeer dichtbij meegemaakt hoe het agrarische industrieterrein in de Peel is ontstaan. Dat begon al toen mijn vader in de jaren zestig als gevolg van de ruilverkaveling zijn bedrijfje, dat eerst in het dorp zat, moest verhuizen naar de bosrand.

Landbouwadviseur

Iets later trof ik mijn vader regelmatig aan de keukentafel met een landbouwadviseur die van overheidswege kwam vertellen dat schaalvergroting toch echt de toekomst was. Dat kostte inderdaad een hoop geld, maar je kon alles wel lenen bij de Boerenleenbank (later Rabobank). En waar ging al dat geld heen? Naar de landbouwmechanisatie-industrie, in dit geval de multinational Big Dutchman.

Meer eieren

Intussen waren in familiekring de vaste lasten gigantisch, stegen de kosten van levensonderhoud en bleef de prijs van een ei hetzelfde. Dat laatste was er overigens nooit bij verteld. Het enige dat er op zat, was meer eieren produceren. Niemand in Nederland eet zoveel eieren, dus die gingen naar de export.

Boosdoeners

De boeren zijn hier niet de boosdoeners. De meeste boeren zitten nog met de knollen die hun vaders zich op overheidsadvies voor citroenen lieten aansmeren. De werkelijke grootverdieners zijn hier de banken en de landbouwmechanisatiebusiness. De Wageningse hoogleraar rurale sociologie Jan Douwe van der Ploeg heeft bij zijn afscheid deze gang van zaken goed geanalyseerd en benoemd. Hij vertelde daarbij ook dat hij van zijn universiteitsbazen niet mocht pleiten voor schaalverkleining.

Mijn vader is al lang dood. Maar als ik kippenboer was, wist ik het wel. Dan stemde ik Partij voor de Dieren.”
Lees hier de brief.


Veehouderij en Volksgezondheid

Het artikel ‘Stank splijt het platteland’ verwijst naar het onderzoek ‘Veehouderij en Volksgezondheid’ dat in opdracht van de Brabantse Milieufederatie werd uitgevoerd door arts Mariken Ruiter. Lees het artikel ‘Veehouderij en de gezondheid van de inwoners van Noord-Brabant’, op 3 februari 2017 gepubliceerd door Duurzaam Deurne nieuws. Conclusie: “De intensieve veehouderij heeft aanmerkelijke risico’s voor de volksgezondheid, die verder reiken dan de omgeving van de stal.”


Inwoners, bestuurders en boeren

De inwoners van 2017 zijn niet dezelfde als de mensen die hier in de jaren zestig van de vorige eeuw woonden. Toen was er onder de gewone bevolking veel waardering en respect voor de groei van landbouw en veeteelt. Anno 2017 wegen economische voordelen niet langer op tegen de steeds verder afbrokkelende leefbaarheid van de Peel in Brabant en Limburg. Inwoners verzetten zich massaal, niet tegen de echte boeren, maar tegen de steeds grotere agrarische industrie.

De bestuurders van land, provincie en gemeenten zullen voor een oplossing moeten zorgen. Inwoners zien daarop toe.

woensdag 22 februari 2017

Rechtse partijen blind voor duurzaam en milieu

Milieu is een ondergeschoven kindje in veel verkiezingsprogramma’s. Dat concludeert Natuur & Milieu op basis van de doorrekeningen van het Plan Bureau voor de Leefomgeving (PBL). “Van alle grote rechtse partijen durft alleen de VVD de milieu-impact van haar verkiezingsprogramma door te laten rekenen,” aldus Geertje van Hooijdonk, hoofd programma’s bij Natuur & Milieu.


VVD, CDA, PVV

“De klimaatimpact van het VVD-programma is slecht.” aldus van Hooijdonk. “Maar schrijnender zijn grote partijen als CDA en PVV die bewust hun ogen sluiten voor de effecten van hun programma’s. Nederland heeft zich op de Klimaattop in Parijs gecommitteerd aan ambitieuze doelstellingen om ontwrichtende klimaatverandering tegen te gaan. Maar zonder concrete maatregelen is de belofte van Nederland niks waard en zijn de doelstellingen volstrekt onhaalbaar.”

Energie

Van de partijen die hun programma wel hebben laten doorrekenen, doen GroenLinks, D66 en ChristenUnie het meest voor de overgang naar duurzame energie. Zij boeken flinke klimaatwinst door onder andere een snelle sluitingsdatum voor de kolencentrales. Dat bespaart Nederland in één klap 11% van haar totale CO2-uitstoot. Maar zelfs de linkse partijen hebben moeite om de doelstellingen uit het Parijsakkoord te halen: alleen GroenLinks lijkt voldoende CO2 te besparen om de twee-gradendoelstelling te halen. De doelstelling van 1,5 graad haalt echter geen enkele partij.


Mobiliteit

Op het gebied van mobiliteit zetten de linkse partijen in op een snelle overgang naar schone, emissieloze voertuigen en slimmere manieren van kilometerbeprijzing. Aan het komende kabinet de uitdaging om deze ambities ook in effectief beleid in te zetten. Daarmee is flinke klimaatwinst te boeken: het GroenLinks programma realiseert maar liefst 20% minder CO2-uitstoot van mobiliteit. De VVD-plannen veroorzaken echter zelfs een stijging van de CO2-uitstoot, door te kiezen voor meer wegen. “Opmerkelijk,” aldus van Hooijdonk, “want kilometerbeprijzing blijkt wederom de meest kosteneffectieve manier om files te verminderen en gelijk klimaatwinst te realiseren. Die kans moet een nieuw kabinet niet laten liggen.”


Voedsel

Alle politieke partijen, met uitzondering van de PVV, pleiten in hun programma’s voor een gezonde voedselsector, met aandacht voor gezondheid, duurzaamheid en eerlijke prijzen voor boeren en tuinders. Het blijft echter bij deze mooie woorden, want de maatregelen in de programma’s zijn vaak niet genoeg om veel milieuwinst te sorteren. Het laten krimpen van de veestapel met 20% is de meest concrete maatregel die de meeste partijen noemen.

Extra maatregelen

Uit de doorrekeningen van PBL blijkt 10% CO2-besparing te realiseren binnen de sector landbouw. Maar extra maatregelen ontbreken grotendeels. Dat terwijl de Nederlandse voedselsector verantwoordelijk is voor maar liefst 25% van de totale Nederlandse CO2-uitstoot.

“Zonder concrete maatregelen in de voedselsector gaan we de afgesproken doelen in het Klimaatakkoord van Parijs niet halen,” aldus van Hooijdonk.


Bron: Duurzaam Nieuws; 16 februari 2017


dinsdag 21 februari 2017

Nog steeds veel te veel mest in Brabant

Er is in Brabant geen onderwerp waarvoor zovelen de neus ophalen. Het stinkt, we hebben er veel te veel van en het is slecht voor mens en natuur. Het goedje wordt ook, in verkoopargumenten, als het 'bruine goud' weggezet.


Veel te veel

Er is veel te veel mest in Nederland. Daar zijn vriend en vijand het over eens. Zeker in Zuidoost-Brabant poepen en piesen met name varkens, koeien en kippen veel meer dan er op de zandgronden kan worden uitgereden. En dat dreigt voorlopig zo te blijven. Veel boeren hangen weliswaar hun blauwe overall aan de wilgen, maar het aantal dieren blijft nagenoeg gelijk.

Dieren

Zuidoost-Brabant alleen telt 2,5 miljoen krulstaarten, 225.000 herkauwers en ruim 13 miljoen stuks kakelend pluimvee. In heel de provincie zijn alle flatsen, spetters en keutels jaarlijks goed voor 15 miljoen ton drek. Dat zijn 500.000 dertigtonners achter elkaar. Een rij die de afstand van Eindhoven naar Bangkok (8500 kilometer) overschrijdt.

Probleem

Mest is een groot probleem, in Brabant, maar ook in de rest van Nederland. Vanuit Den Haag krijgen veehouders de opdracht alle mest te verwerken die niet op het land uitgereden kan worden. In het veedichte Zuidoost-Brabant betekent dat voor 2017 een verwerkingsplicht van 59 procent.


Burgers en boeren

Burgers en boeren staan lijnrecht tegenover elkaar. De inwoners zien een inkrimpende veestapel als de enige oplossing. Er zijn boeren die juist kansen zeggen te zien. Het spul heeft waarde omdat er bepaalde grondstoffen in zitten.

Ziek

'Tot de schijt ons doodt', klinkt het bij ongeruste burgers. Zij worden ziek van de stank. Maar wat je in zeventig jaar hebt opgebouwd, breek je niet zomaar af. Zo'n verandering kost tijd. Tijdens ‘mestdialogen’ werd geprobeerd de problemen bespreekbaar te maken. De problemen gingen niet van tafel. maar er werd wel over gepraat. Echte oplossingen zijn er niet.


Boeren zelf verantwoordelijk

Gedeputeerde Spierings is duidelijk.  Boeren moeten in hun mestoverschot zoveel als kan op het eigen erf verwerken. Het gesleep met mest op het platteland moet stoppen. De zwarte handel en ongeoorloofd wegwerken ook.


Mestfabrieken

Zolang het aantal dieren niet drastisch vermindert zijn tijdelijk mestfabrieken nodig. Die moeten een plek krijgen op industrieterreinen. Veel installaties werken nog niet zoals ze aan de tekentafel bedacht zijn. Door alle problemen moeten veehouders op een andere manier van hun mest af zien te komen. Dat voert lokaal de druk en de prijs nog verder op.

Uitdaging

Alles op een hoop genomen, wacht het buitengebied nog een grote uitdaging. Er worden kleine stappen gezet om het mestprobleem aan te pakken. Of techniek de oplossing is, blijft de vraag. Op veel plaatsen waar initiatieven genomen zijn voor mestfabrieken pikken de inwoners het niet, en vaak terecht. Ook om andere redenen, met name de bedreiging van de gezondheid van inwoners en leefmilieu, is uiteindelijk alleen een zeer vergaande vermindering van het aantal dieren een oplossing.


Bron: ED; 18 februari 2017

maandag 20 februari 2017

Duurzame landbouw langs de Brabantse Kleine Beerze

Een mooi voorbeeld voor boeren en burgers in Deurne. En niet te vergeten voor het bestuur van Deurne dat moet zorgen voor een duurzame toekomst.


Boeren en burgers realiseren samen duurzame landbouw en natuur langs de Kleine Beerze, een riviertje in de Brabantse Kempen. Ze sluiten aan bij plannen van het waterschap en gemeenten om de beek weer te laten meanderen en het gebied verder in te richten. Voor de coöperatieve aanpak om natuur en landbouw in harmonie te ontwikkelen, ontvangt de ‘landcoöperatie Dal van de Kleine Beerze’ de agrofoodpluim van de provincie Noord-Brabant.


Duurzame landbouw

Zes agrarische ondernemers namen met hulp van het streeknetwerk ‘Huis van de Brabantse Kempen’ het initiatief om landbouwgronden bij het Dal van de Kleine Beerze te gebruiken als proeftuin voor duurzame landbouw, landschap en natuur. De nieuw opgerichte coöperatie ‘Dal van de Kleine Beerze’ koopt de gronden van de provincie en verpacht deze aan boeren uit de regio. De coöperatie bepaalt in nauwe samenspraak met de boeren hoe de gronden gebruikt worden.

Leefomgeving

“In het project investeren burgers vanuit het hart, niet vanuit de portemonnee.”, aldus coördinator van de coöperatie Frans Verouden. “Het rendement voor de investeerder zit vooral in de invloed en betrokkenheid bij de verbetering van de directe leefomgeving. De gronden worden beheerd met oog voor een beter milieu, duurzaam bodembeheer, een mooier landschap en het bevorderen van biodiversiteit. Voor boeren een kans om duurzame landbouw te bedrijven en voor burgers een kans om mee te beslissen over en bij te dragen aan een vitaal platteland.”

Ideeën

De landcoöperatie kan in een periode van vijf jaar rond de 30 hectare grond kopen van de provincie. Er zijn al veel ideeën over het gebruik van de grond. Zo is het de bedoeling dat er een 10 meter breder grasstrook direct naast de beek komt en dat tien procent van de naastliggende landbouwgronden bestaat uit akkerranden. Op de grasstrook en akkerranden wordt geen mest uitgereden of pesticiden gebruikt. Ook wordt het maaien afgestemd op weidevogels. Op alle graslanden zullen meerdere grassoorten, kruiden en klavers worden gebruikt en op de landbouwgrond zullen de boeren gevarieerd telen om de bodem niet uit te putten. Hierbij wordt gedacht aan gerst en granen. Met levering van gerst aan de lokale bierproducent of het aanleggen van wandelpaden kan dit gebied ook bijdragen aan de lokale economie.

Agrofoodpluim

Gedeputeerde Anne-Marie Spierings reikte de Agrofoodpluim uit bij de officiële start van de werving van leden voor de coöperatie. Spierings: "Vroeger pasten boeren zich aan de natuur aan of creëerden bedoeld of onbedoeld natuur. Zo gingen landbouw en natuur hand in hand, ook in de beekdalen. De laatste decennia werden ze steeds meer elkaars tegenstanders. De boeren en burgers rondom de Kleine Beerze brengen landbouw en natuur weer samen op een eigentijdse manier: samen verantwoordelijk voor natuur en voedselproductie. Een voorbeeld dat navolging verdient!"

Bron: Duurzaam Nieuws; 11 februari 2017

Lees meer

Op de site van de coöperatie is meer te lezen over de geschiedenis van het gebied, de visie van de coöperatie en de mensen die hier aan de toekomst van Brabant werken.


zondag 19 februari 2017

Vragen PvdA en GroenLinks Brabant over Liessel

In de buurtschap Donkweg / Loon / Regenweg in Liessel (gemeente Deurne) is opnieuw onrust ontstaan over een aanvraag tot verdere uitbreiding van het bedrijf Swipigs. Swipigs heeft al 8000 varkens in vijf stallen. Als het bestuur van Deurne alle plannen van Swipigs toestaat, dreigt een uitbreiding tot 14000 varkens plus een grote brijvoer installatie.


Urgentieteam

Met brede steun van Provinciale Staten van Noord-Brabant werd enkele jaren geleden een provinciaal urgentieteam ingezet. Urgentieteams hadden de opdracht om, in gebieden met grote overlast, een dialoog tussen ‘boeren en burgers’ te starten. De tussenkomst van urgentieteams zou moeten leiden tot langjarige duurzame oplossingen. Urgentieteams hebben slechts op enkele plaatsen tot kleine deeloplossingen geleid.

Overlast stank en fijnstof

Er is in Liessel nog sprake van oude verworven rechten en enkele oude stallen die tot veel stankoverlast leiden. De normen voor stank en fijnstof worden in de omgeving stevig overschreden. De buurtbewoners, boeren en andere bewoners, klagen al jaren over stankoverlast, mede veroorzaakt door dit bedrijf. Bij de start van het Brabantse urgentieteam was Swipigs een van de eerste spanningsvelden waar het team bij betrokken werd. Door interventie van onder andere het urgentieteam is eerdere uitbreiding voorkomen.

Compensatie

Op de Donkweg zijn de plannen tot uitbreiding door de eigenaar ingetrokken en worden twee solitair staande stallen (1000 varkens) gesaneerd. Volgens de bewoners is de veehouder financieel gecompenseerd door gemeente en/of provincie op voorwaarde van deze vermindering van de bedrijfsactiviteiten.

Van Asvam naar Snoertseplak

In de directe nabije omgeving wordt momenteel door een grote groep geïnteresseerden gewerkt aan de coöperatie Snoertseplak. Snoertseplak heeft  tot doel een agrarische ideeënfabriek te zijn, waar boeren en burgers innovatieve landbouw- en veeteeltmethoden uitproberen en waar ondernemers elkaar uitdagen en inspireren. Op de locatie waar nu de  Snoertseplak te vinden is  werd, na intensieve actie van de vereniging StopdeStank en veel handtekeningen van inwoners,  een varkensuitbreiding van de firma Asvam geweigerd door het bestuur van de provincie Noord-Brabant. Asvam werd financieel gecompenseerd door het bestuur van de provincie.

PvdA en GroenLinks

De fracties van PvdA en GroenLinks in Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben over de situatie in Liessel vragen gesteld aan het bestuur van Noord-Brabant.
De vragen:
1. Is de informatie juist dat aan de Donkweg Liessel (Deurne) met financiële middelen van de provincie stallen worden gesaneerd dan wel verdere uitbreiding wordt voorkomen?
Zo ja, hoe is dan geborgd dat de overlast (geur, fijn stof) in het gebied duurzaam vermindert, zijn er afspraken gemaakt met de nu nog aanwezige agrarische bedrijven zoals Swipigs, zijn er afspraken gemaakt met het bestuur van de gemeente Deurne zodat verdere uitbreiding in het gebied niet meer toegestaan kan worden en op grond waarvan is besloten tot een financiële tegemoetkoming en hoe hoog is deze?
2. Bent u bereid met de gemeente Deurne te regelen dat verdere uitbreiding van veehouderij in de buurt niet meer mogelijk is, om daarmee duurzaam overlast te verminderen en niet steeds opnieuw nieuwe knelpunten te laten ontstaan? Zo ja, op welke termijn; en zo nee, waarom niet?
3. Past de groei van intensieve veehouderij in een gebied met veel overlast (waar vanwege de overlast al bestuurlijk is ingegrepen) in de transitie naar een duurzame veehouderij in Brabant? Zo nee, welke mogelijkheden hebben gemeenten en provincie om dergelijke ‘autonome’ ontwikkelingen tegen te gaan?

Bron: PvdA en GroenLinks Provinciale Staten Noord-Brabant; 17 februari 2017