dinsdag 20 februari 2018

Politieke partijen Deurne over veehouderij en buitengebied

Stop de Stank vroeg alle partijen die in Deurne meedoen aan de verkiezingen op 21 maart 2018, hun plannen op het gebied van veehouderij en buitengebied samen te vatten. Dat deden ze. In ledenbrief 70 werden deze teksten gepubliceerd. 



Opvattingen, standpunten, plannen

Uit de teksten die in ledenbrief 70 van Stop de Stank werden gepubliceerd zijn hieronder in willekeurige volgorde uitspraken geplaatst. Kiesgerechtigde inwoners van Deurne worden uitgenodigd uit deze opsomming hun eigen mening en standpunten te bepalen. Welke politieke partij heeft welke uitspraken gedaan?

De letterlijke teksten

01 “Volksgezondheid staat voorop en moet gegarandeerd zijn.”
02 “We sturen op afname van het aantal veedieren.”
03 “Het strenge provinciale beleid maakt het steeds moeilijker om in de toekomst een agrarisch bedrijf te ontwikkelen.”
04 “Ons grondwater in Deurne is vervuild.”
05 “In het Primair Agrarisch Gebied (primag) is alleen plaats voor agrarische bedrijvigheid.”
06 “Wij kiezen voor biologische en natuurinclusieve landbouw.”
07 “Ondernemers moeten kansen hebben om hun bedrijven te ontwikkelen.”
08 “Minder intensieve veeteelt, minder uitgereden mest, schoner grondwater en een schonere lucht.”
09 “Het is een flinke opgave voor de gemeente om in 2050 al onze energie duurzaam op te wekken.”
10 “Investeringen in klimaat verdienen zichzelf vaak terug.”
11 “Wij hebben … een ontzettende hekel aan de polarisatie die in Deurne vaak plaats lijkt te vinden rondom het buitengebied.”
12 “Deurne is er ook voor onze kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen – ook als ze nog niet geboren zijn.”
13 “Biologische en andere ecologisch verantwoorde agrarische bedrijven kunnen op onze steun rekenen.”
14 “In het buitengebied zorgen duurzame (agrarische) ondernemers ervoor dat er geen overlast ontstaat.”
15 “Duurzaamheid verhogen en werken aan groene energie.”
16 “In het buitengebied staan Boer en burger vaak lijnrecht tegenover elkaar.”
17 “Geen leugens of ja-nee-discussies over de transitie van het buitengebied maar werken aan haalbare oplossingen met aandacht voor de leefomgeving.”
18 “Door veranderende regelgeving op provinciaal en landelijk gebied, gaat de transitie van het buitengebied steeds sneller.”
19 “Strenger toezicht en handhaving op veebedrijven en mestverwerkers.”
20 “We kijken naar nieuwe duurzame perspectieven voor ondernemers en de aanpak van leegstaande bebouwing in een aantrekkelijk landschap.”
21 “…..Daarnaast geven we landbouwgrond graag terug aan de natuur door er bijvoorbeeld bos op te realiseren.”
22 “Het aantal dieren in de intensieve veehouderij moet worden teruggedrongen.”
23 “Ontwikkelmogelijkheden voor boer en burger worden versterkt!”
24 “Wij kiezen voor landbouw die zorgt voor veilig, lekker en gevarieerd eten.”
25 “De kwaliteit van lucht, bodem en water wordt in de landelijke gebieden bedreigd door de omvang van de veehouderij.”
26 “Intensieve veehouderij is een vorm van industrie die te dominant is geworden in ons buitengebied.”
27 “Wij willen afbouw van de intensieve veehouderij.”
28 “De kloof tussen boer en burger wordt veroorzaakt door ongelijke behandeling.”

De ideale partij

Kies uit bovenstaande uitspraken er 5 tot 10 waar je het erg mee eens bent. Dat is dan de basis voor je eigen verkiezingsprogramma. Kies daarna de politieke partij die het meest overeen komt met je eigen programma. Deze oefening wordt ook aanbevolen aan onderwijzers en leraren.

Meer weten?

Wilt u meer weten over de opvatting van politieke partijen over veehouderij en buitengebied? Kijk op de site van Stop de Stank.


Inwoners van Deurne beslissen over het programma dat voor de toekomst van Deurne het beste is.

maandag 19 februari 2018

'Varkensfluisteraar' Kees Scheepens uit Oirschot

Kees Scheepens uit Oirschot is een van de gezichten van Caring Vets, een groep dierenartsen die zich sterk maakt voor het welzijn van dieren, bijvoorbeeld in de veeteelt. "Het probleem ligt niet bij de boer." "De boer produceert wat de consument vraagt."


Varkensfluisteraar

Kees Scheepens doet zijn verhaal aan de keukentafel van zijn educatieboerderij Walnoot & Wilg in Oirschot, verscholen in het groen net onder de A58. Hij is gespecialiseerd in het natuurlijk gedrag van varkens en adviseert boeren in Nederland en in het buitenland. De (biologisch) varkensboer annex dierenarts is een van de gezichten van Caring Vets. Het initiatief werd afgelopen juni gelanceerd door de Bussumse dierenarts Arabella Burgers en kende een vliegende start. Scheepens: "Er is momentum."

Economische druk

Caring Vets geeft ‘gevraagd en ongevraagd’ advies over hoe het welzijn van dieren verbeterd kan worden. Dat het niet gemakkelijk is, weet hij zelf als geen ander. Scheepens is zelf ook varkensboer, hij kent de economische druk. Dat weerhoudt hem niet om de pleiten voor een actieprogramma in Nederland. "We mogen onze ambities hoger stellen. Om te komen tot duurzamere landbouw, is het essentieel dat dierenwelzijn maximaal geborgd is.

In de intensieve veehouderij is men altijd uitgegaan van minimale borging. Dat is de crux."


Kennis

Als Nederland gidsland wil blijven in de veeteelt, zegt Scheepens, moet er ‘gas op de plank’. "De kennis hebben we, het moreel besef ook. Alleen wordt dat laatste ondergesneeuwd door de drang om zoveel mogelijk kilo’s de wereld over te brengen. Slechts een kwart van het varken eten we zelf op, de rest is voor de export. ‘Want Nederland moet de wereld voeden’. Onzin. Dat hoeven we helemaal niet.

Wat mij moeten exporteren, is onze kennis."


Staarten

Landbouwminister Schouten maakte zich deze maand nog sterk voor naleving van het verbod op het couperen van varkensstaarten, dat al sinds 1991 van kracht is. Ook Caring Vets is een groot pleitbezorger. "Dan wordt gezegd dat er een te groot risico is op staartbijten. Maar daar mogen we ons niet bij neerleggen. Dan beginnen we maar klein: met proeven op boerderijen waar het wél kan." Scheepens houdt zelf het varkensras ‘The Duke of Berkshire’. Zijn eigen varkens worden niet gecoupeerd. "Bij slechts vier op de 1000 varkens ontstaat staartbeschadiging. Echt staartbijten treedt niet op."

Intensieve veehouderij

De publieke opinie rond de intensieve veehouderij is fors aan het schuiven. Als het gaat om gezondheidsrisico’s, als het gaat om dierenwelzijn. Scheepens denkt dat in de komende tien jaar veel zal veranderen. Radicaal of geleidelijk? "Het mooiste is als het geleidelijk gaat. Zoals bij het antibioticagebruik. Van 2009 tot 2018 is dat met zestig procent teruggebracht. Geleidelijkheid geeft de beste basis."

Ongelukken

Maar het kan sneller gaan als zich calamiteiten voordoen. Scheepens wijst op de Afrikaanse varkenspest, de extreem besmettelijke virusziekte onder varkens die vanuit het oosten van Europa oprukt naar het westen. "Ongeveer met honderd kilometer per jaar. Het virus zit al in Polen.

In Duitsland zijn ze supernerveus. Als we de Afrikaanse varkenspest niet kunnen bedwingen, dan stort het Nederlandse systeem met grootschalige export volledig in."


Bron: Eindhovens Dagblad; 17 februari 2018

zondag 18 februari 2018

Verzuurde bodem en verzuurde relaties

De recente fraudezaak in de melkveehouderij is meer dan een incident. Het is een symptoom van een falend landbouwmodel. Daar kunnen we niet alleen de boeren de schuld van geven. ‘Ons model is op. Het is over.’


LTO

Marc Calon sprak duidelijke woorden. Frauderen met koeien is ‘ontzettend onprofessioneel, asociaal en vreselijk dom’, zei hij, als voorzitter van LTO Nederland. Al gaat het om een groot deel van alle bedrijven in Nederland, wat Calon betreft mogen ze direct uit de LTO worden gekieperd.

Fraude

Het is wel heel makkelijk om met de vinger te wijzen naar die domme, slechte boer die wéér heeft gefraudeerd.

Deze fraude, en ook de bermfraude, en de mestfraude, en alle andere vormen van fraude die zijn ontdekt en misschien ook nog niet zijn ontdekt, zijn signalen dat het hele model erachter in zijn voegen kraakt. 

Het is allemaal vast heel asociaal, onprofessioneel en dom. Maar is het gek?

Stad en platteland

Qua afstand is het niet zo ver, maar cultureel gezien gaapt er een diepe kloof tussen stad en platteland. Wie het Brabantse land in draait komt in een andere wereld. Een wereld van eigenwijze kolonisten, die hier honderd jaar geleden kwamen om de hei te cultiveren. Ze stichtten dorpen in de Peel, met allemaal een kerk in het midden en daaromheen boerderijen. De boeren die zich hier vestigden konden het niet hebben van rijke grond en natte weilanden. Hier moesten ze slim zijn, en creatief. Het is geen toeval dat dit gebied tegenwoordig de helft van alle Nederlandse varkens levert. Hier zitten de succesvolle geiten- en nertsbedrijven. Hier zitten ook de stallenbouwers die de hele wereld van Nederlandse kennis en technieken voorzien.

Regels

Boer Verstraten moet verplicht een deel van zijn mest afvoeren, tegen betaling uiteraard. En wat hij vervolgens tekortkomt, moet hij aanvullen met dure kunstmest. Het is absurd. Dierlijke mest is veel beter voor de bodem. Het is het gevolg van politieke keuzes, die ver weg worden gemaakt, als compromis tussen uiteenlopende landen, belangen, regio’s en sectoren, met daarbij de lobby van de kunstmestindustrie. Het is niet gek dat er bij veel boeren absoluut geen draagvlak is voor regels.’

Groot, groter grootst

Dit gebeurt allemaal tegen de achtergrond van een dramatische race to the bottom. Van heel veel kleine boeren zijn we op weg naar een handjevol grote, en ieder jaar moeten velen de sleutels van hun levenswerk inleveren. Het werk is zwaar, de financiële inzet is hoog, maar de marges zijn minimaal. Boeren zijn geen ondernemers, het zijn hard werkende leveranciers van massagoederen.

Het DNA van de Nederlands boer

‘Nooit meer hongerwinter’, zei Sicco Mansholt, de vader van het Gemeenschappelijke Landbouwbeleid, en hij gaf boeren premies en minimumprijzen. Dankzij de reststromen uit de Rotterdamse haven, de sojaschroot en de palmpitten, had Nederland goedkoop veevoer. En met kunstmest konden ook de natuurlijke barrières worden geslecht. Zo is het in het DNA gekomen van de Nederlandse boer: hoe meer, hoe beter.

Gevecht naar het einde

Alleen de sterksten, die het allergoedkoopst kunnen leveren, blijven staande. De rest moet stoppen. Maar voor een boer is zijn bedrijf zijn levenswerk. Een boer zal er alles aan doen om niet te stoppen. Uitbreiden, nieuwe schulden aangaan, alles beter dan stoppen. Het is een race to the bottom.

Grote verandering

Iedereen is het ermee eens: er moet echt een transformatie komen, het systeem is volledig vastgelopen. Het is echt cruciaal dat we de lange termijn doelstellingen vastzetten. We moeten de kaders afspreken vanuit de maatschappelijke waarden, ons kapitaal. Klimaatverandering stoppen? Dan wordt het doel dat we in 2040 geen fossiele brandstoffen meer gaan gebruiken. Maar ook gezonde bodems, natuurbehoud, schone lucht, water, noem maar op. Die doelen moeten we vastleggen.

Meer lezen?

Dit waren enkele citaten uit een artikel dat het waard is volledig gelezen en besproken te worden door alle betrokkenen, inclusief de nieuwe leden van gemeenteraden uit zuidoost Brabant en noord Limburg. Daar zal de verandering enorm zijn. Gemeenteraden moeten zich voorbereiden en gaan sturen.


Bron: De Groene Amsterdammer; 14 februari 2018


zaterdag 17 februari 2018

Nederlandse mest veroorzaakt milieu-stank

The Guardian is een internationaal dagblad, gevestigd in het Verenigd Koninkrijk. Op 16 februari 2018 publiceert The Guardian een breed artikel over de Nederlandse zuivelindustrie en mest. Hierbij enkele hoofdpunten uit het artikel. Conclusie is dat de Nederlandse veestapel sterk beperkt moet worden.


Nederlandse zuivel

De Nederlandse zuivelindustrie stinkt! Volgens sommige normen kent die industrie veel succes, als gekeken wordt naar krappe economische normen. Op vier landen na is Nederland de grootste exporteur van zuivelproducten en heeft het een reputatie als ‘het landje dat de wereld voedt’. Een groot probleem is dat de 1,8 miljoen koeien in Nederland zóveel mest produceren dat er in dat kleine landje te weinig plaats is om veilig van die mest af te komen.

Daarom dumpen boeren illegaal hun mest, wordt grondwater vervuild met fosfaten en wordt de kwaliteit van de Nederlandse lucht aangetast.


Wereld Natuur Fonds (WNF)

Het WNF roept Nederland op om het aantal Nederlandse koeien in de komende 10 jaar met 40% te verminderen. Dan kan de overbelasting van de natuur bedwongen worden en kan de zuivelsector weer zelf de eigen mest aanpakken.

Milieu kosten

“We hebben productiviteit en efficiency ingrijpend verbeterd” zegt een vertegenwoordiger van WNF in Nederland. “Maar de milieu gerelateerde kosten hebben we verwaarloosd. Onze biodiversiteit is, na Malta, de slechtste van Europa.”

Mest en fraude

Ongeveer 80% van de Nederlandse boeren produceert meer mest dan legaal gedumpt kan worden op het eigen land. Om dat probleem op te lossen betalen Nederlandse boeren naar schatting meer dan 600 miljoen euro om de overtollige mest op te ruimen. Recent bleek dat een aantal boeren betrokken is bij fraude om het teveel aan mest weg te werken.

Minder dieren

Nederland heeft van Europa toestemming om meer mest op land uit te rijden dan boeren elders in de Unie, maar de laatste jaren zijn afgesproken fosfaat regels regelmatig overschreden. Onder druk van de Europese Unie heeft de Nederlandse regering boeren compensatie moeten betalen om het aantal koeien te verminderen.

Import

Een voormalig adviseur van LTO Nederland voegt hieraan toe dat Nederland een groeiende import kent van goedkoop graan, soja en mais. Dat leidt ertoe dat Nederland nu veel te veel goedkoop melkpoeder produceert en exporteert.

Natuur

Een analist van de Rabobank zegt dat Nederland niet wil behoren tot de intensieve voedsel sector in de wereld. De natuur is daarvoor te kostbaar.

Nederland en de wereld

Een vertegenwoordiger van een afdeling van de Universiteit Wageningen verkondigt dat minder productie van zuivel zou leiden tot verwaarlozing van de Nederlandse rol om ‘de wereld te voeden’.  Die rol wordt onderstreept door de Nederlandse zuivel industrie. “Het zou naïef zijn om geen producten meer te exporteren, maar alleen kennis.

De politiek en ondernemingen

In de politiek groeit de steun voor het beperken van het aantal dieren. Ook sommige ondernemingen, met FrieslandCampina als voorbeeld, willen een groener en gezonder Nederland.

Bron: The Guardian; 16 februari 2018


PS: In de meeste verkiezingsprogramma’s van politieke partijen in Deurne is weinig te merken van een op handen zijnde revolutie in agrarisch Nederland. Toch zal het bestuur van Deurne de komende vier jaar mee moeten werken aan grote en zeer ingrijpende veranderingen, ook in Deurne.


vrijdag 16 februari 2018

Voedselproductie schadelijk voor klimaat en gezondheid

Veehouderij

De veehouderij is nu verantwoordelijk voor bijna 15% van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Dat is een grotere bijdrage dan die van alle transport in de wereld.


Vleesproducenten

In 2017 stootten drie van de grootste mondiale vleesverwerkers  meer broeikasgassen uit dan heel Frankrijk, en bijna net zoveel als sommige grote oliebedrijven. En toch bleven de grote vlees- en zuivelproducenten tot nu toe grotendeels buiten schot.

Wanneer we ecologische rampspoed willen vermijden moeten we van deze dubbele standaard af.


Voetafdruk

Het Institute for Agriculture and Trade Policy, GRAIN, en de Heinrich-Böll-Stiftung uit Duitsland bestuderen samen de ‘volledige ecologische voetafdruk’ van de mondiale veehouderij. Het resultaat is schokkend. In 2016 stootten ‘s werelds 20 grootste vlees- en zuivelproducenten meer broeikasgassen uit dan Duitsland. Als deze 20 bedrijven een land zouden zijn waren ze de op zes na grootste vervuiler ter wereld.

Het publiek betaalt

De vlees- en zuivelindustrie lobbyt hard, ten koste van  milieu en volksgezondheid. Reducties in de uitstoot van lachgas en methaan worden geblokkeerd en voorschriften om lucht-, water-, en bodemvervuiling te verminderen worden omzeild. Ze zijn erin geslaagd om hun winsten op te drijven terwijl ze de kosten van vervuiling bij ons, het grote publiek neerleggen.

Fout beleid

Om verantwoordelijkheid voor het klimaat te ontlopen betoogt de vlees- en zuivelindustrie dat het uitbreiden van de productie noodzakelijk is voor de voedselveiligheid. Grote bedrijven, zo beweren ze, kunnen vlees of melk efficiënter produceren dan een veehoeder in de Hoorn van Afrika of een kleine producent in India.

In plaats van doelen te stellen voor de reductie van de  uitstoot van de industrie stimuleert veel huidig beleid bedrijven om meer melk uit elke melkkoe te persen en om runderen sneller te slachten.


Oplossingen

Er bestaan oplossingen. Om te beginnen kunnen regeringen publiek geld verschuiven van fabrieksmatige landbouwbedrijven naar kleinere ecologisch georiënteerde familiebedrijven.
Gemeenten kunnen zorgen voor investeringen in programma’s voor zorg en scholing op het platteland, de lokale economie versterken en zo de klimaatimpact van de vlees- en zuivelindustrie verminderen.

Ecologische crisis

Zuivel- en vleesgiganten hebben al veel te lang klimaatonschendbaarheid genoten. 

Als we de stijging van de mondiale temperatuur willen tegenhouden en een ecologische crisis willen voorkomen moeten consumenten en regeringen meer doen om milieubewuste producenten te creëren, te ondersteunen, en te versterken.

Dat is goed voor onze gezondheid en die van onze planeet.


Bron: Duurzaam Nieuws; 2 januari 2018


PS: Welke nieuwe bestuurders gaan vanaf 21 maart 2018 stimuleren dat er in Deurne alleen nog maar kleinere ecologisch georiënteerde landbouwbedrijven komen?